Beelden aan Zee

Wie kent hem niet, die bronzen figuur in Rotterdam met dat gat in zijn lijf? ‘Jan Gat’ wordt hij genoemd, of ‘Jan met de handjes’. De verwoeste stad, zoals het beeld eigenlijk heet, wordt wereldwijd gezien als een van de meest indrukwekkende monumenten voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het is zelfs zo beroemd dat velen óók – en dat is uitzonderlijk voor een beeld in de openbare ruimte – de naam van de maker kennen: Zadkine.

Een overzichtstentoonstelling van het werk van Zadkine kun je momenteel aanschouwen in museum Beelden aan Zee in Den Haag (op de boulevard van Scheveningen). Ossip Zadkine (1888-1967) wordt gerekend tot de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw. Geboren in Vitebsk in Wit-Rusland vestigde hij zich in 1910 in Parijs. Daar leerde hij de moderne kunst kennen, waaraan hij vanaf 1911 zelf een bijdrage ging leveren met primitivistische sculpturen in steen en hout. Onder invloed van het kubisme ontwikkelde hij begin jaren twintig een geheel eigen stijl, die gedurende de jaren dertig steeds dynamischer en barokker werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Zadkine in ballingschap in de Verenigde Staten, waar zijn reputatie alleen maar groeide. Zijn expressieve beelden van na 1945 laten de veerkracht zien waarmee hij aan de nieuwe idealen van het Europa van de wederopbouw een unieke en dwingende vorm wist te geven.
De tentoonstelling is niet alleen indrukwekkend, maar geeft ook een goed beeld van de ontwikkeling van de beeldhouwkunst. De tentoonstelling is tot en met 3 maart 2019 te bezichtigen.

(Bron: Museum Beelden aan Zee)

Finito, over en uit

Wassenaar – Den Haag

We waren twee jaar onderweg eerst van Deventer naar Hollandsche Rading, toen van Bad Bentheim naar Deventer en uiteindelijk van Hollandsche Rading naar Den Haag. De grillige planning van het Marskramerpad had alles te maken met een eerder gelopen wandeling, waardoor het beter leek Twente wat later aan te doen en de bossen van de Veluwe te belopen in de winter. Ach ja, je bedenkt wel eens wat.
Vandaag dus echt de allerlaatste etappe. Van Wassenaar naar Den Haag. Het zal een gedenkwaardige dag worden.
Een van onze medewandelaars die in Zwolle bij ons in de trein stapt belt dat ze erin zit, maar voorlopig blijft waar ze is omdat ze een oud-college is tegengekomen. Net als wij lekker zitten te doezelen schalt uit de luidsprekers: “Willen Dorus en Ria bij mamma komen in de fietswagon halverwege de trein?” We doen net of dit bericht niet voor ons bestemd is. Maar als dan voor een tweede keer de boodschap door de intercity Leeuwarden – Den Haag galmt, besluit Dorus toch maar even te gaan kijken wat “mamma Gerda”voor probleem heeft. Gerda heeft geen probleem, maar vooral een vrolijke conducteur getroffen.

Op station Leiden wachten we op de bus naar Wassenaar. Een man met een grote tas  komt naar ons toe, kijkt ons met grote ernstige ogen aan en meldt dat de minister van financiën van de Oekraïne is afgetreden. Hij voegt nog toe dat de rest van het kabinet ongewijzigd is gebleven. Of wij dat wel weten. In het antwoord lijkt hij niet geïnteresseerd, want hij is al weer weg. We wachten op de bus, die ons afzet in Wassenaar en waar Marianne zich bij ons voegt. Al snel lopen we door het prachtige Wassenaar. De bladeren zijn van de bomen en de landgoederen liggen er kaal doch voornaam bij. De hemel is blauw, de zon schijnt. Wat een apotheose! De rustige villawijken van Wassenaar, met op de achtergrond het geluid van de N44, gaan bijna ongemerkt over in Haagse. Voor we er erg in hebben lopen we in het centrum. Bij de Posthoorn op het Korte Voorhout is het goed toeven. Co van Dijk, Van Kooten en de Bie, Bart Chabot en vele anderen gingen ons voor, zo blijkt uit de foto’s aan de wand. We lopen langs het Mauritshuis, over Binnenhof, Kneuterdijk en Lange Voorhout om vervolgens via de Dennenweg richting Plein 1813 en Vredespaleis te gaan. Bekend terrein voor mij, er ligt hier op iedere straathoek wel een herinnering. Overal gewerkt, gefietst of gezoend. Ik ben er al vijfentwintig jaar weg, maar toch houd ik nog altijd van Den Haag. Er is geen stad die ik zo van binnenuit ken als Den Haag.
Scheveningse bosjes, Van Stolk Park, Belgisch Park, Scheveningen. we zijn precies op tijd voor een geweldige zonsondergang. Beter afsluiten dan in het Kurhaus kun je niet. Ach je wijntje  kost er misschien een eurootje meer, maar wie maalt erom. Het glas laat zich goed smaken.
Voordat we de terugreis maken, rest ons nog een typisch Haags festijn bij Vishandel Simonis. Aan de haven kun je in een afgeladen restaurant verse vis eten volgens een soort McDonalds formule. Je bestelt je eten en wacht tot je nummer wordt omgeroepen en op een groot beeldscherm wordt getoond. Even zwaaien met je arm en de vis komt je kant op. Voor het hele verhaal van het Marskramerpad klik hier

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑