Trage Tocht Ootmarsum

De Trage Tocht Ootmarsum (13 kilometer) start bij een interessante plek: de Kuiperberg. Je vindt hier een parkeerplaats bij een prachtig uitzichtpunt, een Joods kerkhof en de kortste watertoren van Nederland, allemaal bij elkaar.
Deze heerlijke wandeling lopen we op een warme dag in oktober. Alleen de kleur van de bladeren past bij de herfst, maar het voelt als zomer. Over brede zandwegen, langs glooiende akkers en Twentse erven voert de route. Beeldschoon is de Hazelbekke en sprookjesachtig het Springendal. In Ootmarsum zijn de terrassen overvol. Wij lopen door naar de Kuiperberg, waar we pauzeren op een bankje en genieten van het panoramisch uitzicht. Zo simpel kan het zijn.

 

Weer zo’n Trage Tocht; Haarmühle

Net over de Duitse grens ligt Landgasthof Haarmühle; een uitspanning rond een oude watermolen. Hier begint de Trage Tocht van 15 kilometer over o.a. het Witte Veen in het mooie Twente. De Haarmühle is een populaire plek waar het om half 11 ’s ochtends al een drukte van belang is.
Vrijwel direct vanaf de parkeerplaats bij de oude watermolen lopen we richting het Witte Veen, langs de sappige Buurserbeek. Het pad leidt naar het heideveld, dat geenszins wit is. Sterker nog het ziet er zwart van de mensen; voornamelijk fietsers. Als we het Witte Veen verlaten,  wordt het rustiger. We lopen over onverharde boerenpaden, tussen de weilanden door en vinden een plek aan een slootje om te picknicken. Het is zo’n boerenslootje met libellen, kikkers en riet en het ruikt er naar vers hooi. Wat een hemelse plek en wat smaken de meegebrachte broodjes daar lekker.
Het is even een stukje afzien als de wandeling over het opgewarmde asfalt gaat en er geen bomen zijn die schaduw brengen. Bijna aan het eind van de wandeling, volgen we een plankenpad door het bos en wordt het langzamerhand wat drukker. We zijn weer in de buurt van de Haarmühle, waar Duitse schlagers uit de luidsprekers galmen.
Wij blijven in gedachten liever nog even bij dat boerenslootje.

De kunst van een fijne dag

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het grensriviertje tussen Overijssel en Drenthe heeft nooit te lijden gehad van kanalisering, want altijd was het de buurman die zei: ho, ho, dat gaat zomaar niet. En dus bleef De Reest zoals hij was, een meanderende rivier. Wij bewegen ons vandaag van Overijssel naar Drenthe en weer terug. We wandelen niet alleen maar bezoeken ook de kunstobjecten die op verschillende plekken te zien zijn. In een tuin van een huis bijvoorbeeld, in het bos, het dorpshuis, in een hoekje van de bibliotheek of in de kerk. Onder de noemer Grensloos Kunst Verkennen, wordt dit kunstevenement al voor de zevende keer georganiseerd. Zoals altijd is het ook nu weer één grote verrassing. Op 25 locaties valt zeer uiteenlopende kunst te bewonderen. Tineke Poortman, met wie we vandaag meelopen, is een kenner als het gaat om het Reestdal. Met ons vieren vormen we een prettig gezelschap. Mooie ontmoetingen, fijne gesprekken. Dat is echt niet altijd vanzelfsprekend als je met “vreemde” mensen aan de wandel gaat. Maar wij hebben een heerlijke dag, waarin we steeds de tijd krijgen om stil te staan bij de dingen die we tegenkomen. Een dikke boom, een echte uil, goudrenetten bij iemand die ook kunst in de tuin heeft en pastinaken die onderweg te koop aangeboden worden. Er valt zoveel te genieten.

(Ont)spanning en structuur

Langs de slot
Vandaag loop ik met Herman mee in het dal van de Reest. Op een heerlijk ontspannen tempo bewegen we ons door het cultuurlandschap, dat de grens vormt tussen Overijssel en Drenthe. Een praatje hier, een stopje daar. Even kijken in de potstal van Stichting Het Drents Lanschap en genieten van het uitzicht vanaf de uitkijkheuvel. Een en al afwisseling.

Herman, die boer is en daarnaast een camping runt, loodst ons dwars door de weilanden voor een lunchstop op zijn terras. Hij laat ons de stal zien, die twee weken geleden nog vol stond met melkkoeien. Herman is gestopt met de melkkoeien en heeft alleen nog wat jongvee. Melken brengt structuur in je leven en een gezonde spanning, begrijp ik van hem. De spanning zit hem vooral in “hoe houd ik de veestapel gezond?”. De structuur wordt bepaald door de twee vaste momenten waarop gemolken wordt. Een ideaal programma voor moeilijk opvoedbare jongeren, lijkt me zo. Structuur en spanning. Het eerste is wat ze nodig hebben, het tweede is wat ze willen.
Erf
Na de stop gaan we verder naar Oud-Avereest. In bezoekerscentrum de Wheem, drinken we thee. In Balkbrug volgt dan nog een rondje langs, wat over is van, de Ommerschans.  De Ommerschans werd omstreeks 1625 gebouwd op kosten van Groningen en Friesland om de weg, die door het ontoegankelijke veen van Ommen naar Zuidwolde liep, te verdedigen tegen de Spaanse troepen. Het terrein van de Ommerschans werd in 1819 in bruikleen gegeven aan de Maatschappij van Weldadigheid, die er een bedelaarskolonie stichtte. Momenteel is op het terrein de TBS-kliniek Veldzicht gevestigd.

Klokslag half 5 zijn we terug waar we de wandeling begonnen. Herman drinkt nog wat, hij heeft geen haast. Het went, vast.
Kind

Dooie boel in Giethoorn

Het is vrijdag en ik loop een rondje in Giethoorn. Elders in het land worden wedstrijden op natuurijs georganiseerd. Ik ben benieuwd hoe het gesteld is met het ijs in “het Venetië van het Noorden”. Ik zie om precies te zijn twee klunende schaatsers en dat is het dan.
Café Fanfare is nog dicht als ik er langs loop. Ook geen koffie dus. Giethoorn is op deze winterdag een gewoon Nederlands dorp. Niet overladen met toeristen, zoals gewoonlijk. Kinderen gooien sneeuwballen op het schoolplein, een mevrouw veegt haar straatje, iemand snoeit zijn struiken via het ijs. Er komt een echtpaar aan met een kruiwagen vol boodschappen. In Giethoorn parkeer je de auto niet voor de deur, maar bereik je via de smalle fietspaden je huis en dan is zo’n kruiwagen best handig.

Als ik voor een tweede keer langs Fanfare kom, zijn de deuren geopend. Fanfare is in de zomermaanden een populaire overvolle pleisterplaats. In het café werden gedeeltes opgenomen van de gelijknamige film Fanfare van Bert Haanstra. De film wordt gezien als een mijlpaal in de Nederlandse filmgeschiedenis. Er zit een handvol mensen aan de tafeltjes, de postbode drinkt een kop koffie voor hij verder gaat. In vergelijking met de zomermaanden is het misschien een dooie boel in Giethoorn, maar het wordt wel meer een gewone plek op aarde. Alhoewel, zie ik daar nou palmbomen en zonnende mensen?

Rietkragen en molens

Vandaag is het geen weer om binnen te blijven zitten. We besluiten een stukje Havezatenpad te “doen”. Ook omdat de verf moet drogen van het door Laurens geschilderde kozijn van de achterdeur. Grote kans dat de hond tegen de natte verf botst in zijn ongebreideld enthousiasme. Nog groter is de kans dat mij dat overkomt, in mijn verstrooidheid. En zo kwam het dat ik vanmiddag nog 10 kilometer kon bijschrijven bij het totaal en dus over de 1000 wandelkilometers ben gegaan. We liepen van Paasloo naar Kalenberg, door de rietlanden. Het blijft een bijzonder gebied, de Weerribben.
M1 M2

IJssellinie Olst

Gister had ik al aangekondigd een stukje te schrijven over de IJssellinie. Bij het woord linie, denk je al snel aan de Tweede Wereldoorlog. Niets is minder waar. Deze linie is na de Tweede Wereldoorlog aangelegd. Uit argwaan tegen de politieke bedoelingen van de Sovjet-Unie en uit angst voor het Rode Leger, de zgn. Koude Oorlog. Van Nederland werd in Navo-verband verwacht, dat zij als lidstaat een redelijke defensie-inspanning zou leveren. Om een onverwachte Russische opmars een halt toe te roepen of in ieder geval te vertragen, werd een beproefd recept uit de kast gehaald: een waterlinie. Tussen Nijmegen en Kampen verrees de IJssellinie, een 120 kilometer lang en maximaal 10 kilometer breed obstakel in de vorm van onderwater gezet land (inundatie). Een vooruitstrevend plan of een waanzinnig idee?
Ter verdediging werd alleen al bij Olst een zestigtal bunkers en kazematten optrokken en werden ingebetonneerde Shermantanks uit de Tweede Wereldoorlog in de IJsseldijk en in de op het land opgeworpen terpen geplaatst.
Op de toenmalige bewoners van Olst heeft het hele gebeuren veel indruk gemaakt. En nog kunnen veel mensen je er iets over vertellen. Militairen werden ondergebracht bij burgergezinnen, de aanwezigheid van het leger was enorm. En dat terwijl er geen oorlog meer was!  De militairen die wacht liepen, wisten dat zij dit deden ter verdediging, maar kenden maar een klein stukje van het IJssellinieverhaal.
Degenen die wel wisten hoe het hele plan in elkaar zat waren de Russen. Na de gedeeltelijke afbraak van de linie in 1965, kwamen Russische kaarten tevoorschijn, waarop de hele IJssellinie gedetailleerd in kaart was gebracht. Een succes zou het waarschijnlijk nooit geworden zijn. Zover kwam het gelukkig niet. Want waar de toenmalige regering de 40.000 mensen wilde laten die geëvacueerd hadden moeten worden in het stroomgebied van de IJssel is vooralsnog niet bekend.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑