About Argyll and Bute (2)

 

We hebben elkaar gedurende de eerste dagen van onze vakantie aardig leren kennen en hebben veel plezier. Op reis zijn met een groep(je), bevalt me beter dan gedacht. Het is mooi om te ontdekken dat Canada en Australië te maken hebben met dezelfde sores als de Europeanen; klimaat, milieu, werkdruk, kosten van de gezondheidszorg en vergrijzing; om maar wat luchtige gespreksonderwerpen te noemen. En natuurlijk is Trump ook veelbesproken tijdens deze trip. Hilarisch zijn de discussies over hoe een bepaald woord uit te spreken; pecannoten, pecans kent vele variaties in de Engelse taal en zo zijn er nog veel meer uitspraakdingetjes.

Op dinsdag hebben we te maken met een grijzer weertype en buien. We maken een wandeling door The Glen Nant Oakwoods. In de 18e eeuw was dit productiebos om de nabijgelegen ijzergieterij van houtskool te voorzien. Het bos is een weelderige oase van groen en de bomen zijn bedekt met de meest fantastische mossen. Je zou hier volgens de borden reusachtige mieren kunnen tegenkomen; wij zien ze niet. Misschien zijn ze toch kleiner dan verwacht. Na de wandeling rijden we naar de voormalige ijzergieterij en picknicken terwijl het miezert. We bekijken in eigen tempo de gerestaureerde gebouwen van de ijzergieterij. Ter afsluiting volgt nog een wandeling naar Loch Etive en een bezoekje aan een zalmrokerij.
Ik maak voor het diner nog een wandelingetje door Oban, want dat was er nog niet van gekomen. Het vierde restaurant op rij is wederom prima. Ik durf nu wel te beweren dat je in Oban goed kunt eten. Vanavond sluit Vicki aan bij het gezelschap; een leuke jonge schotse meid, die  gaat gidsen voor de reisorganisatie en met ons meereist naar Islay.
Voordat we per ferry naar het whiskyeiland afreizen zijn er een aantal stops en korte wandelingen in Kilmartin Glen. Dit dal is het mekka van prehistorische overblijfselen en ruïnes uit de ijzertijd. We bezoeken een steencirkel, verschillende graven (steenhopen) en bewerkte stenen. Verderop in het dal ligt Dunadd, een fort uit de ijzertijd en het belangrijkste van het Keltische koninkrijk Dalriada tussen de vijfde en negende eeuw.

In 478 maakte Fergus MacEr het fort het middelpunt van het Keltische Dalriada. Dalriada werd gesticht door migranten uit Ierland, de Scotti. Het fort heeft minstens twee belegeringen meegemaakt en werd later doelwit van plunderende Vikingen, zodat er voor een andere hoofdstad werd gekozen. Dunadd Fort is gelegen op een rotshoogte van ruim 53,5 meter hoog en de klim naar boven over de natte en gladde rotsen is een uitdagende. In het bovenste deel van het fort bevinden zich een in steen uitgehakte voetafdruk en een bassin, wellicht om regenwater op te vangen. Van de voetafdruk gaat het verhaal dat deze een rol speelde wanneer een koning werd gekroond. Dit werd nooit bewezen. Een lokale legende verhaalt dat de keltische held Ossian de voetafdruk achterliet toen hij over de heuvels van Rhudil naar Dunadd liep. Ik ga in de voetafdruk staan en ben even de koningin van Dalriada.
We zetten koers naar Kennacraig en passeren het pittoreske Tarbert, waar ik in 2014 al eens was. In Kennacraig begint onze twee uur durende overtocht naar Islay met een veerboot van Caledonian McBrayne.  Ik vind het een mooi moment om stroopwafels uit te delen, die ik voor de gelegenheid in mijn koffer heb gedaan. Met stroopwafels maak je goede sier in het buitenland. En hoe ze het woord stroopwafel uitspreken! Vanaf nu noem ik ze ook stroepwaffels. In twee uur tijd kun je rustig dineren aan boord en af een toe een blik werpen op het voorbijdrijvende landschap. We varen naar Port Askaig, aan de andere kant van het water ligt buureiland Jura.
Na aankomst worden we afgezet bij onze bed and breakfast. Ik ben met Sheri en Mike en Michele te gast bij de familie Campbell in Lyrabus Croft dat uitkijkt over Lochindaal, met aan de overzijde de hoofdstad van Islay, Bowmore. We hebben twee dagen om Islay te verkennen.

Frankrijk, is altijd goed

De reis naar het zuiden van de Bourgogne verloopt bijna vlekkeloos. Een korte file, vanwege een ongeluk in Luxemburg, gooit een klein beetje roet in het eten, maar verder rijdt het lekker door. Voor een week reizen we af naar een gîte in de Bresse. De Bresse is gelegen in de regio Rhône-Alpes tussen de Bourgogne en de Jura. Een landelijke streek, die fantastisch ligt om zowel de Bourgogne alsook de Jura te ontdekken en dat doen we dan ook enthousiast.

Het huisje dat we hebben gehuurd via gîtes de France is echt geweldig. Tenminste, als je ervan houdt. Een huisje voor twee, in een deel van een oude boerderij. De eigenaar woont in zijn deel. Gebrek aan privacy betekent dat geenszins. We hebben de man een keer gezien, toen hij zijn eigen tuin aan het sproeien was en een keer voerde hij de kippen, die aan onze kant van de boerderij liepen. Het huisje is klein, maar van alle gemakken voorzien, tenzij je een televisie en wifi schaart onder onontbeerlijke gemakken. Wij vonden het huisje heel fijn en sfeervol. Zelf woonden we vooral op de veranda.De ultieme plek om ’s morgens te ontbijten en ’s avonds een flesje Bourgogne soldaat te maken en niet te vergeten om de zon onder te zien gaan.

We hebben heel wat kilometers door de Bresse getoerd. In het huisje lag een kaart waarop een aantal autoroutes was aangegeven en daaraan gekoppeld wandelroutes (ballades vertes). De Bresse is licht glooiend en staat bekend als kippengebied. Ieder huis heeft wel een paar kipjes rond het huis scharrelen. De Bresse kip schijnt de lekkerste kip te zijn. Landelijk, relaxt en niet aangetast door het toerisme is deze streek. De Jura daarentegen is landschappelijk wellicht wat interessanter, maar ook iets meer toeristisch en dus wat drukker. De watervallen van Hérisson worden drukbezocht. Om de drukte enigszins te vermijden lopen wij een route langs alle watervallen en doen we niet zoals de meeste mensen doen, een ritje van waterval naar waterval per auto. Het is een pittige wandeling, met het venijn in de staart, wanneer we nog een enorme klim naar boven moeten maken om terug te keren naar de auto. En je kunt dan wel stampvoeten en roepen “ik vind dit helemaal niet leuk meer”, maar dat levert je niks op.
Vakantie is geen vakantie zonder bezoek aan een kasteel. We sluiten aan bij een Franstalige rondleiding in het kasteel van Rochepot. De strekking van het verhaal kunnen we volgen, maar de details missen we. Of je het nu verstaat of niet, wat is dat Frans toch een heerlijke taal!
En ook een bezoek aan Beaune is zeker aan te bevelen. Wat een prachtig stad. De stad staat in teken van de wijnbouw. De belangrijkste bezienswaardigheid is “Hôtel Dieu.” Het gebouw dateert uit de 15e eeuw en werd nog tot 1971 als ziekenhuis gebruikt. De grote ziekenzaal vormde een geheel met de kapel, zodat de zieken vanuit hun bed de mis konden volgen. In het gebouw bevindt zich een polyptiek van Rogier van der Weyden.
Een Franse markt, een kop koffie op een terras en slenteren door Franse straten, rijden door de wijnstreken en genieten van de rechtopstaande rotspartijen en het magnifieke uitzicht op Genève vanaf de Col de la Faucille. Het is vakantie, dat is wel duidelijk.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑