Zwolle, De Fundatie; Giacometti en Chadwick

 

De beelden van Alberto Giacometti (1901-1966) en Lynn Chadwick (1914-2003) belichamen de toestand van ontluistering en angst in Europa tijdens de jaren van de Koude Oorlog. Met deze twee kunstenaars nam de beeldhouwkunst definitief afscheid van de vooroorlogse romantiek en esthetiek, om met beide benen te landen in de rauwe realiteit. Terwijl Giacometti de mens terugbracht tot zijn meest kernachtige verschijning zonder enige opsmuk, creëerde Chadwick zijn krachtige oerbeelden van mens en dier.

De tentoonstelling in Museum De Fundatie in Zwolle is prachtig. Twee geweldige beeldhouwers komen samen in dit prachtige museum. Zoveel beweging in onbeweeglijk materiaal is fascinerend. De tentoonstelling is er nog tot en met 6 januari.

Bron: website De Fundatie

Beelden aan Zee

Wie kent hem niet, die bronzen figuur in Rotterdam met dat gat in zijn lijf? ‘Jan Gat’ wordt hij genoemd, of ‘Jan met de handjes’. De verwoeste stad, zoals het beeld eigenlijk heet, wordt wereldwijd gezien als een van de meest indrukwekkende monumenten voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het is zelfs zo beroemd dat velen óók – en dat is uitzonderlijk voor een beeld in de openbare ruimte – de naam van de maker kennen: Zadkine.

Een overzichtstentoonstelling van het werk van Zadkine kun je momenteel aanschouwen in museum Beelden aan Zee in Den Haag (op de boulevard van Scheveningen). Ossip Zadkine (1888-1967) wordt gerekend tot de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw. Geboren in Vitebsk in Wit-Rusland vestigde hij zich in 1910 in Parijs. Daar leerde hij de moderne kunst kennen, waaraan hij vanaf 1911 zelf een bijdrage ging leveren met primitivistische sculpturen in steen en hout. Onder invloed van het kubisme ontwikkelde hij begin jaren twintig een geheel eigen stijl, die gedurende de jaren dertig steeds dynamischer en barokker werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Zadkine in ballingschap in de Verenigde Staten, waar zijn reputatie alleen maar groeide. Zijn expressieve beelden van na 1945 laten de veerkracht zien waarmee hij aan de nieuwe idealen van het Europa van de wederopbouw een unieke en dwingende vorm wist te geven.
De tentoonstelling is niet alleen indrukwekkend, maar geeft ook een goed beeld van de ontwikkeling van de beeldhouwkunst. De tentoonstelling is tot en met 3 maart 2019 te bezichtigen.

(Bron: Museum Beelden aan Zee)

Iran, bakermat van onze beschaving

Ik moet toegeven dat ik eigenlijk helemaal niks van Iran weet. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling ‘Iran, Bakermat van de beschaving’,  in het Drents Museum in Assen krijg ik gaandeweg in de gaten dat Iran een boeiend land is met een rijke geschiedenis. De Iraanse cultuur is een van de oudste culturen ter wereld. 200 kunstschatten zijn momenteel tentoongesteld in Assen. Ze zijn geleend van het National Museum in Teheran. De kunst, maar ook zeker de filmpjes van Iraniërs die in Nederland wonen, dragen bij aan een prachtig plaatje.

De sfeervolle tentoonstelling is nog tot en met 18 november 2018 te bezoeken.

 

Franeker, ergens in het heelal

De vader van mijn vriendin had als hobby klokken maken. Hij kon uurwerken repareren en hij maakte ook klokken; Friese staartklokken, stoeltjesklokken. Hij had een draaibankje en maakte onderdelen zelf. Een precisieman was het. Ik herinner me hem in zijn kleine hobbykamertje met aan de wand allemaal klokken en een prominente plek voor de klok waar hij op dat moment aan werkte. Fascinerend al dat getik en dat slaan van die klokken. De man was helemaal in zijn element in dat kleine kamertje.
Mijn vriendin verhuisde naar Zwitserland, haar vader was inmiddels overleden.
We zien elkaar gelukkig nog regelmatig. Ik mag mij gelukkig prijzen met deze vriendin. Zij kent mij van de tijd dat ik nog thuis woonde, zij weet hoe het was bij ons thuis en ik kan me het gezin waarin zij geboren werd ook levendig voor de geest halen. Sommige dingen hoeven wij elkaar niet uit te leggen; die weten we gewoon.
Tijdens haar winterse bezoek reizen we samen af naar het museum van Eise Eisinga in Franeker, dat staat altijd nog op het verlanglijstje van mijn vriendin, omdat haar vader het daar vroeger vaak over had.

Aan het plafond van de woonkamer van een prachtig grachtenhuis bevindt zich het oudste nog werkende planetarium ter wereld. Dit nauwkeurig bewegend model van het zonnestelsel werd tussen 1774 en 1781 gebouwd door de Friese wolkammer Eise Eisinga om de mensen te laten zien dat de planeten niet op elkaar zouden botsen en dus de wereld niet zou vergaan, zoals verkondigd. Dat was een hele opluchting in die tijd.

Eise Eisinga was eveneens een precisieman, een kei in wiskunde en in het berekenen van afstanden. In een tijd dat er nog geen computers waren moet het een enorme klus zijn geweest. Een klus die hij alleen  kon klaren omdat hij zo bevlogen was. Het is een ingenieus  radarwerk, bestaande uit houten tandwielen, spieën en speciaal gesmede spijkers.
We laten ons het verhaal vertellen door een van de vele vrijwilligers. Het uurwerk tikt gemoedelijk. Op de vraag wie er onder zijn eigen sterrenbeeld zit, kijk ik omhoog. Ik zit precies onder het sterrenbeeld Ram, mijn sterrenbeeld.
In het museum doen we tal van leuke ontdekkingen over het heelal.  Een rondje door het fraaie historische stadje en koffie met oranjekoek maakt ons bezoek aan Franeker compleet.

Open Stal 2017

Van 29 juli tot en met 27 augustus 2017 is er weer Open Stal kunstroute in Oldeberkoop. Het is de 46e editie Voor wie er nog niet eerder was, ga er eens kijken. Het is altijd een verrassing; de kunstwerken, maar ook de plekken waar ze tentoongesteld worden. Het thema dit jaar is : Van Nature.

Het idee voor de kunstroute is in 1971 is ontstaan aan de stamtafel van Appie Tjalma, de markante uitbater van de dorpsherberg. Er is veel veranderd in de loop der jaren. Lag in het begin de nadruk op hobbywerk en verzamelingen, tegenwoordig is Open Stal een kunstmanifestatie van allure. Niet voor niets mag het dorp ieder jaar 10.000 bezoekers verwelkomen tijdens de Open Stal-periode. Je kunt de route fietsen, maar qua afstand is wandelen ook een prima idee. Er is voldoende horeca op de route.
Hieronder een impressie:

Museum Voorlinden in Wassenaar is één groot feest

Wat een geweldig museum is Voorlinden in Wassenaar!  Alleen al het gebouw is een feest op zich. Het is verbonden met de omringende natuur, het is ruim, licht en dienend aan de kunst die er tentoongesteld wordt.  De zalen worden verlicht door het immer veranderlijke natuurlijke daglicht dat de kunstwerken tot leven brengt; het kenmerkende licht van de Hollandse kust.

De permanente collectie van Voorlinden bestaat uit een aantal belevingskunstwerken, waar ik niet te veel over zeg; het zou je beleving  maar verstoren bij een bezoek aan het museum.  Een jongen van een jaar of tien, waar ik een tijdje mee oploop roept: “dit is kunst, maar eigenlijk is het gewoon heel gek”. Op mijn vraag of hij het leuk vindt antwoordt hij volmondig “Ja, heeeeel leuk” en weg is hij naar het volgende belevingskunstwerk. Een gedeelte van de vaste collectie is gebundeld in het thema “De Tussentijd”. Deze tentoonstelling nodigt de bezoeker uit te onthaasten tussen 43 kunstwerken uit verschillende perioden, stijlen en stromingen, die een nieuwe, frisse blik op de omvangrijke, gevarieerde verzameling geven. Tegenwoordig vliegt de tijd: alles gaat snel en de klok dicteert ons leven. Museum Voorlinden drukt even op pauze.

De tijdelijke tentoonstelling in Voorlinden. SAY CHEESE! van Martin Creed, gunt ons een kijkje in de belevingswereld van de kunstenaar. De tentoonstelling bestaat uit 54 werken bestaande uit installaties, schilderijen, geluiden en gestapelde objecten. Je entree maken door een zaal gevuld met ballonnen is  je eerste kennismaking met Creed en zo gek en verrassend zal het blijven.

Een lekkere kop koffie is er na afloop in het klassieke landhuis. Het is nog een hele klus om een plekje te bemachtigen in het volgepakte restaurant. Het is voorjaarsvakantie en opvallend veel gezinnen met kinderen, ook hele kleintjes zijn er neergestreken en dat geeft natuurlijk wat rumoer.  Een keurige heer en dame naast me, vragen zich hardop af, waarom mensen in vredesnaam hun kinderen meenemen naar een museum. Als ik dat bij een museum begrijp dan is dat hier in deze magische speeltuin.
Leren houden van kunst zou hier zomaar kunnen beginnen.

 

Het Nijsinghhuis en de Buitenplaats, bedacht en uitgevoerd

vintage_theepot_klevering_geel
“Ik heb dit bedacht, maar ik heb hier niks meer te vertellen” moppert meneer van Groeningen. De man op leeftijd leest zijn krant in het museumrestaurant van Museum De Buitenplaats in Eelde. Het mopperen betreft de verzameling theepotten, waar gasten hun thee in geserveerd krijgen, als zij thee bestellen. “Geen gezicht”, aldus van Groeningen. De uitbundige potjes, met tierlantijnen, prijken op een plank boven de design koffiemachine. Eigenlijk is het wel bijzonder dat in een organisch gebouw van architecten Alberts & Van Huut, waaraan geen enkele rechte hoek valt te bespeuren, deze verzameling kringlooptheepotten zo uit de toon valt.
Van Groeningen moppert verder: “hoe vaak heb ik al niet gezegd, dat ik geen suiker en melk in mijn koffie blief en dat het er dus ook niet bij hoeft”. “Jaja”, sust de dame die het restaurant lijkt te bestieren. De hipster met baard en vrolijke lach, die hem zojuist zijn koffie heeft gebracht, wordt er niet warm of koud van. Hij doet zijn werk met plezier. Hij maakt een praatje en een foto op verzoek en past desgewenst even op de baby. Hij demonstreert dat werken in de horeca niet ophoudt met het op tafel zetten van foute theepotten en stukken appeltaart.

Het voormalige zeventiende-eeuwse schultehuis en rijskmonument, Het Nijsinghhuis, werd door Jos en Janneke van Groeningen, twintig jaar geleden gekocht en fraai gerestaureerd. Op het braakliggend terrein ernaast werd Museum De Buitenplaats gerealiseerd, dat zich vooral richt op figuratieve kunst. Janneke van Groeningen overleed in 2007.  Jos van Groeningen woont nog altijd in het Nijsinghhuis.
Eerder vandaag werden wij door een gids rondgeleid in het huis. Hoewel ik er al een aantal keer eerder was, blijft het een bijzondere plek. Vrijwilligers lijken allemaal hun eigen draai aan de rondleiding te geven, want ik hoor steeds weer iets nieuws.
Jos van Groeningen steekt zijn hoofd om de deur: “de dames van de kassa hebben hun werk niet goed gedaan, ik weet niets van een rondleiding”. Toch laat hij zijn slaapkamerdeur openstaan. Normaal gesproken kan deze ruimte niet bezichtigd worden. Maar ja, als de deur openstaat. Olga Wiese heeft op de muren en op de vloer sprookjesachtige schilderingen aangebracht in lichte kleuren.
Van een groot aantal vertrekken in het Nijsinghhuis werden muren en deuren beschilderd door figuratieve schilders als Matthijs Röling, Pieter Pander, Wout Muller, Olga Wiese en Clary Mastenbroek. Het zijn stuk voor stuk grootse muurschilderingen, kleurrijk en intrigerend. Er is een erotisch kabinet, een sterrenhemel in de gang en er zijn olifanten in de garage. In de werkkamer van Janneke van Groeningen zijn een bonte verzameling schelpen en snuisterijen te vinden, zowel geschilderd als echt. Haar computer, haar sieraden, een geboortekaartje van haar enig kind, dat overleed aan wiegendood, zijn er ook nog. Het voelt alsof Janneke ieder moment kan binnenkomen.

Voor iedereen die houdt van figuratieve kunst: “Gaat dat zien en verwondert u”. Mij lukt dat steeds opnieuw. Voor informatie over het Nijsinghhuis, klik hier.

Glorie en vergane glorie

oktober 2014 014
oktober 2014 009
Wij zijn oud-collega’s. Onze gemeenschappelijke werkplek bevond zich in de stad Groningen en de meesten van ons woonden destijds ook in de stad. Maar zoals dat gaat, is een oud-collega naar Friesland verhuisd en woon ik nog altijd  in Drenthe. Zie dan maar eens een centrale plek te vinden om met elkaar af te spreken . Ik had niet het idee dat het zou gaan lukken en dat deed het ook lange tijd niet. Maar nu treffen wij elkaar dan gelukkig  toch. Zelfs met iemand erbij die eerder nooit mee ging maar nu tijd heeft omdat ze met pensioen is gegaan.
Oranjewoud is onze ontmoetingsplek. Het mooie museum Belvédère, het museum voor moderne en hedendaagse Friese kunst, nodigt uit tot een bezoek. Een prachtig gebouw, licht en ruim. Er is een tentoonstelling van Gerrit Benner. Er hangen voornamelijk  landschappen uit Benners latere Amsterdamse periode. Kleurig en vrolijk werk, maar voor mij soms wat te abstract. De selfies van Sjoerd de Vries vallen meer bij mij in de smaak. Ook de vaste collectie van het museum is de moeite waard.

???????????????????????????????
Even verderop ligt Mildam, daar bouwde Louis Le Roy (filosoof en landschapsarchitect) zijn Ecokathedraal. Door stoeptegels en bouwmateriaal opeen te stapelen en de flora en fauna zijn natuurlijke gang te laten gaan, ontstaat een bijzondere tuin. In de jaren zeventig is Le Roy met het project gestart. Le Roy is in 2012 overleden, maar het is de bedoeling dat het project tot het jaar 3000 blijft duren. Deze tijd is namelijk nodig om de processen te kunnen bestuderen die eindeloos doorgaan. Of dat ook gaat lukken vraag ik mij af. Ik vind dat de tuin er verwaarloosd bij ligt. Maar misschien is dat ook wel de bedoeling en snap ik het niet.

 

Toetjes en hoofdgerechten

AFFICH~1
Het Drents Museum in Assen sluit binnenkort voor ruim een jaar de deuren. Ik houd mijn hart vast. Het museum waardeer ik vooral vanwege haar karakter. Het is een historisch gebouw, de ruimtes zijn wat hokkerig en de vloeren kraken. Dat is het museum eigen. Laten we hopen dat deze sfeer behouden blijft.

Op een regenachtige woensdagmiddag ga ik nog even langs. Geen goed idee. Het is erg druk. De tentoonstelling “Goud uit Georgië” trekt veel bezoekers. Zij verdringen zich rond de vitrines met gouden objecten. Prachtige stukken uit een ver verleden. Maar de drukte werkt ontmoedigend. Er is geen doorkomen aan.
Naast het goud is er ook een fototentoonstelling over Georgië van Archil Kikodze te bezichtigen. En daar val ik voor. Het landschap en de mensen worden zo mooi in beeld gebracht. Het is wel vaker dat ik het toetje lekkerder vind dan het hoofdgerecht.

 

Open Stal, Oldeberkoop 2010

Vorige week bezocht ik voor de tweede keer Open Stal in Oldeberkoop. Het was de 39e editie, dus ik heb er heel wat gemist. Open Stal is een zeer succesvolle kunstroute. De galerie-locaties worden door particulieren of instellingen ter beschikking gesteld. Bij iemand in de tuin, in de kerk of in een garage. Ieder jaar heeft de kunstroute een ander thema. Dit jaar is het thema "Wat een portret". Het gaat over mensen. Hoe snel heb je je mening klaar over iemand? En klopt die mening eigenlijk wel? Of het nu de foto's zijn van de vrouwen in klederdracht uit Spakenburg, de vilten portretten van naakte, oude mensen of de sculpturen  gemaakt van verzamelde materialen, het verveelt geen moment. Je kunt bijna niet wachten om te kijken welke verrassingen er verderop zullen zijn. Open Stal is nog tot en met 15 augustus iedere dag geopend van 13.00 tot 18.00 uur. Voor meer informatie over Open Stal en de deelnemende kunstenaars zie www.openstal.nl

JurkjeKomVilt 

Poptaslot

Het is een warme zaterdag. Ik heb Nina een lift beloofd naar Den Helder. Maar om alleen naar Den Helder te rijden en daar niets aan vast te plakken vind ik jammer. Dus het verlanglijstje erbij en kijken wat past. Terugrijdend door Friesland, sla ik af riching Marssum en bezoek het Poptaslot. Ieder uur is het mogelijk je te laten rondleiden. Ik sluit aan bij een moeder en zoon voor de laatste rondleiding om 16.00 uur. Het is de moeite waard. De jongen die de rondleiding voor zijn rekening neemt heeft er zelf ook plezier in.

Poptaslot

Heringastate of Poptaslot werd in de 15e eeuw gesticht door het geslacht Heringa. In 1603 kwam het door vererving in het bezit van het geslacht Van Eysinga en in 1631 werd de state, zowel binnen als buiten, ingrijpend verbouwd. In 1687 werd het gekocht door advocaat Henricus Popta. Naast de state verrees een rusthuis voor armlastige en alleenstaande vrouwen, het Poptagasthuis, dat tot op de dag van vandaag nog steeds in gebruik is als rusthuis.

Popta liet bij testament vastleggen dat na zijn dood vier voogden zouden worden aangesteld om het Poptaslot te beheren. Van 1906 tot 1908 lieten de voogden het Poptaslot in middeleeuwse trant restaureren en verbouwen, naar een ontwerp van de Haagse architect Frowein. Het huis is gemeubileerd en ingericht in 17e en 18e eeuwse stijl en bevat een 16e eeuwse bedstede. De gids meldt met trots dat dit het oudste bed van Nederland is.

En de voogden? Die geven af en toe een feestje op het Poptaslot, krijgen de opbrengst van de moestuin en hebben ieder een eigen wijnkelder. Blijft de vraag hoe je voogd wordt. Als er een voogd afvalt dan zoeken de drie andere voogden een opvolger. Dat hoeft niet persé iemand van adel te zijn. Meestal is het iemand uit Rotary kringen. De manier waarop onze gids dit zegt, doet mij vermoeden dat hij zelf een voogdenzoon is, maar ik kan het helemaal mis hebben.

Kerk
Kerk van Marssum, met Poptabank van 1671 en grafzerk van Popta.

Beelden aan zee

Keizerstraat
Het is lang geleden dat ik in Scheveningen was? Scheveningen is jeugdsentiment. Kijken naar de golven als het stormde of stappen in de Keizerstraat. Flaneren over de Boulevard met mooi weer en op het strand herstellen van een kater na een feest. Vis eten aan de haven, ook midden in de nacht. Het is lang geleden.

 

Fontein

Vandaag ben ik er weer eens. Ik weet waar je nog steeds gratis je auto kunt parkeren. Je moet dan wel een stukje lopen, maar daar houd ik van. Het is een echte stranddag. Zonnende mensen, bootjes op zee. Scheveningen maakt zich op voor “de wedstrijd van het jaar”. Op de Boulevard voert de kleur oranje de boventoon. De fontein voor het Kurhaus spuit oranje water. Bavariajurkjes zijn in, ook bij vrouwen die er wat minder flatteus in uit komen. Maar alles kan en dat waardeer ik zo aan mijn geboortestad. Hij heeft weinig kapsones. Zolang je maar wegblijft van het Binnenhof.

Man
Vandaag ga ik met de familie, de Haagse tak, naar Mary Poppins. Maar voor het zover is bezoek ik het museum Beelden aan Zee. Prachtig gelegen in een duinpan, te midden van de Scheveningse gekte, ligt daar het museum. De mens – het mensbeeld – is het leidmotief in de collectie. Dat spreekt me aan. Er staan prachtige beelden. Ik ben geen kenner, maar ik zie wel dat dit een bijzondere collectie is. Het is bijna jammer dat ik deze oase moet verlaten. Buiten wacht de hitte en de drukte.

Op de Boulevard ontmoet ik mijn familie. Vanaf een terras hebben we goed uitzicht op de mensenmenigte. “Mensen kijken”, is zo ongeveer het allerleukste om te doen op de Boulevard.

Oranje
De voorstelling van Mary Poppins is vrolijk met adembenemende decors. Alles klopt aan zo’n voorstelling. Laat dat maar aan Joop van de Ende over. Gewoon lekker om onderuit gezakt naar te kijken.
Precies om half 9 kunnen we in de foyer kijken naar de finalewedstrijd, op groot scherm. Na een kwartier heb ik het wel gezien en loop ik door de uitgestorven straten terug naar mijn auto. De wedstrijd volg ik verder op de radio. Ze verliezen, maar mijn dag kon al niet meer stuk.

 

De Schone Slaapster

De Schone Slaapster, Flaming June, is een schilderij van Frederic Leighton. Het hangt met negen andere sprookjesachtige schilderijen van o.a. Edward Burne Jones en John Everett Millais in het Haags Gemeentemuseum. De topstukken uit het Victoriaanse tijdperk zijn afkomstig van het Museo de Arte de Ponce in Puerto Rico.

Frederic, Lord Leighton schilderde zijn meesterlijke Flaming June rond 1895. Het is een beeld Flaming20june_2 van een onschuldige, slapende vrouw in een oranje, doorschijnende jurk waar- onder haar vrouwelijke vormen voorzichtig worden bloot gege- ven. De bank waarop ze ligt is bekleed met kussens en rode doeken, op de achtergrond de glinstering van de zon in de zee. Met de weelderige lijnen en warme zonnige kleuren is dit schilderij een voorbeeld van Leightons voorliefde voor klas- sieke schoonheid en harmonie.

Leigthon was een aanhanger van de prerafaëlitische kunststroming evenals Waterhouse waar het Groninger Museum kort geleden een tentoonstelling aan wijdde. De Pre-Raphaelite Brotherhood noemde zich zo, omdat ze de schilder Raphaël overgewaardeerd vond en terug wilde naar de schilderkunst van voor zijn tijd.
Een momentje over en toevallig in Den Haag? Bewonder even de Schone Slaapster. Ik vond het zeer de moeite waard.

Bron: www.gemeentemuseum.nl

Den Haag is door de jaren zoo veranderd ……

Als ik denk aan het Mauritshuis, denk ik aan een marmeren trap en als je de trap afloopt kijk je zo tegen “De stier van Potter” aan. Met dat beeld bezoek ik vandaag het Mauritshuis in Den Haag. Mijn beeld klopt niet meer. Ik vind de stier, maar niet de marmeren trap. De stier hangt tussen andere schilderijen. Het is zo’n 35 jaar geleden dat ik hier voor het laatst was. Waarschijnlijk is het Mauritshuis intussen wel een paar keer verbouwd, of zijn in ieder geval de schilderijen verhangen.

Nog net voor de drukte (massa’s Japanners) loop ik door de zalen. Vermeer, Steen, Potter, Rembrandt; het zijn de meesters uit de Gouden Eeuw, die hier hangen. Een hele mooie collectie. In de achttiende eeuw legde stadhouder en verzamelaar prins Willem V de basis voor de collectie. Toen zijn zoon koning Willem I de schilderijen aan de staat overdroeg, kreeg de verzameling de naam Koninklijk Kabinet van Schilderijen. Vanaf 1822 zijn de schilderijen gehuisvest in het Mauritshuis, zo genoemd naar de eerste bewoner, Johan Maurits graaf van Nassau-Siegen.

Bentheim_catalogus_3
Nog even kijk ik om de hoek bij de tijdelijke expositie, die mij hier heen bracht. Jacob van Ruisdael ging in 1650 op reis naar Duitsland met zijn vriend, de schilder Nicolaes Berchem. Hij wilde inspiratie opdoen. Op reis ontdekte Van Ruisdael, Kasteel Bentheim. Hij raakte bijzonder gefascineerd. In de tijd daarna schilderde hij het kasteel zeker zestien keer. Hij romantiseerde het slot, maakte het mooier en de heuvel waarop het stond hoger. Voor de Japanners totaal niet interessant. Zij bezoeken alleen de publiekslievelingen. Het is bij de expositie over Kasteel Bentheim dan ook weldadig rustig.

Het kwaad ligt voortdurend op de loer

Met “de meisjes” doe ik vandaag een dagje Groningen. Een thuiswedstrijd voor de beide Stadjers. Ik werp mij op als taxichauffeur.
788pxjww_theladyofshallot_1888
We beginnen deze druilerige ochtend in het Groninger Museum. De tentoonstelling van Waterhouse is om van te smullen. Je zou haast vergeten dat het buiten zo grijs is.
Het werk van Waterhouse (1849-1917) sluit aan bij de prerafaëlieten, zowel in stijl als in thematiek. De Pre-Raphaelite Brotherhood, opgericht in 1828, zocht inspiratie in de kunst van de tijd voor Rafael: de Middeleeuwen en de klassieke oudheid, vaak via de Britse literatuur, van Shakespeare tot de Romantische dichters van de 19e eeuw: Keats, Shelley en Tennyson. De schilderijen zijn sprookjesachtig, maar als je beter kijkt ligt het kwaad voortdurend op de loer.
Vierhuizen
De middag besteden we aan het zoeken naar een plek om koffie te drinken. De meisjes loodsen mij de stad uit. De een roept dat ik links af moet, de ander vindt het beter om rechtdoor te gaan. En zo gaat het eigenlijk verder de hele middag. Uiteindelijk komen we aan in Vierhuizen, waar van alles is, behalve koffie.

Zo is er bijvoorbeeld een kerk, volledig gerestaureerd, met de prijs die men won bij het programma “De Restauratie”.  Bij de kerk een intrigerend verhaal op een grafsteen, dat nieuwsgierig maakt. Verder zijn er schapen op dijken, is er Groningse klei en groeien er massa’s sneeuwklokjes. En ook al is het grijs, waait het en is het fris, het is goed toeven in de verlatenheid van het Groningse land. We lopen een wandeling van zeven kilometer.

Ook op de weg terug naar de stad, vinden we geen geschikte plek voor koffie. Het allerlaatste plan dat we hebben mislukt door de drukte van het spitsuur. De koffie moet wachten tot een volgende keer.Polder
Thuis doe ik nog even mijn huiswerk. Het verhaal op de grafsteen is het drama rond Klaas Jans. Klaas Jans, overleed op 1 februari 1787, slechts 28 jaren oud. Op schaatsen ging hij naar Groningen (het vervoermiddel in de winter!). In de stad aangekomen wilde hij zich aan een “breuk, die hem pijnigde “met smart en kreuk” laten behandelen door een “breukmeester”. Helaas zonder succes. “Doornat van pijn en kruis”, totaal “afgesloofd” kwam hij thuis. Hij mocht nog drie dagen leven ……….
Het kwaad ligt voortdurend op de loer.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑