Frankrijk, is altijd goed

De reis naar het zuiden van de Bourgogne verloopt bijna vlekkeloos. Een korte file, vanwege een ongeluk in Luxemburg, gooit een klein beetje roet in het eten, maar verder rijdt het lekker door. Voor een week reizen we af naar een gîte in de Bresse. De Bresse is gelegen in de regio Rhône-Alpes tussen de Bourgogne en de Jura. Een landelijke streek, die fantastisch ligt om zowel de Bourgogne alsook de Jura te ontdekken en dat doen we dan ook enthousiast.

Het huisje dat we hebben gehuurd via gîtes de France is echt geweldig. Tenminste, als je ervan houdt. Een huisje voor twee, in een deel van een oude boerderij. De eigenaar woont in zijn deel. Gebrek aan privacy betekent dat geenszins. We hebben de man een keer gezien, toen hij zijn eigen tuin aan het sproeien was en een keer voerde hij de kippen, die aan onze kant van de boerderij liepen. Het huisje is klein, maar van alle gemakken voorzien, tenzij je een televisie en wifi schaart onder onontbeerlijke gemakken. Wij vonden het huisje heel fijn en sfeervol. Zelf woonden we vooral op de veranda.De ultieme plek om ’s morgens te ontbijten en ’s avonds een flesje Bourgogne soldaat te maken en niet te vergeten om de zon onder te zien gaan.

We hebben heel wat kilometers door de Bresse getoerd. In het huisje lag een kaart waarop een aantal autoroutes was aangegeven en daaraan gekoppeld wandelroutes (ballades vertes). De Bresse is licht glooiend en staat bekend als kippengebied. Ieder huis heeft wel een paar kipjes rond het huis scharrelen. De Bresse kip schijnt de lekkerste kip te zijn. Landelijk, relaxt en niet aangetast door het toerisme is deze streek. De Jura daarentegen is landschappelijk wellicht wat interessanter, maar ook iets meer toeristisch en dus wat drukker. De watervallen van Hérisson worden drukbezocht. Om de drukte enigszins te vermijden lopen wij een route langs alle watervallen en doen we niet zoals de meeste mensen doen, een ritje van waterval naar waterval per auto. Het is een pittige wandeling, met het venijn in de staart, wanneer we nog een enorme klim naar boven moeten maken om terug te keren naar de auto. En je kunt dan wel stampvoeten en roepen “ik vind dit helemaal niet leuk meer”, maar dat levert je niks op.
Vakantie is geen vakantie zonder bezoek aan een kasteel. We sluiten aan bij een Franstalige rondleiding in het kasteel van Rochepot. De strekking van het verhaal kunnen we volgen, maar de details missen we. Of je het nu verstaat of niet, wat is dat Frans toch een heerlijke taal!
En ook een bezoek aan Beaune is zeker aan te bevelen. Wat een prachtig stad. De stad staat in teken van de wijnbouw. De belangrijkste bezienswaardigheid is “Hôtel Dieu.” Het gebouw dateert uit de 15e eeuw en werd nog tot 1971 als ziekenhuis gebruikt. De grote ziekenzaal vormde een geheel met de kapel, zodat de zieken vanuit hun bed de mis konden volgen. In het gebouw bevindt zich een polyptiek van Rogier van der Weyden.
Een Franse markt, een kop koffie op een terras en slenteren door Franse straten, rijden door de wijnstreken en genieten van de rechtopstaande rotspartijen en het magnifieke uitzicht op Genève vanaf de Col de la Faucille. Het is vakantie, dat is wel duidelijk.

……. en Dordogne (2)

Rocamadour, daar zouden we het nog over hebben. De weg ernaar toe is alleen al een belevenis. Steile rotswanden, diepe kloofdalen en hier en daar een dorp tegen een rots geplakt.
Veel bekende mensen kwamen naar Rocamadour op pelgrimstocht, waaronder koning Lodewijk de Heilige en Hendrik III van Engeland die in Rocamadour op wonderbaarlijke wijze genezen zou zijn van een onduidelijke ziekte. De zwarte Madonna in de kerk is een van de belangrijkste redenen voor een pelgrimsbezoek. Het mag dan misschien allemaal romantisch klinken, dat is het niet. Rocamadour is verziekt door het toerisme.
Het middeleeuwse Carennac dat we de volgende dag bezoeken is minder toeristisch en daardoor leuker.

De week vliegt voorbij. We lopen langs de Lot en bezoeken de Grotte du Peche Merle.
In de twee kilometer lange druipsteengrot zijn prehistorische rotstekeningen te vinden die gerekend worden tot de mooiste van Frankrijk. Ik ben nog niet eerder in een grot geweest en vind het indrukwekkend.
We sluiten de week af met een bezoek aan Sarlat. Ook weer te toeristisch, maar zeker een bezoek waard. Met een beetje goeie wil, kijk je wel door het toerisme heen en vind je jezelf terug in de middeleeuwen in een steeg in Frankrijk.

Pas courir en Dordogne (1)

Terwijl het in Nederland net zo koud is als met Kerst, reizen zijn wij af naar het zuiden van Frankrijk. Dit keer naar de Dordogne, op de grens met de Lot. Normaal gesproken een erg toeristisch gebied, maar in het voorseizoen valt de drukte  mee.
Dat het toeristisch is begrijp je al snel. Het is een beeldschone streek, waar veel te beleven is. Middeleeuwse dorpen, kastelen, grotten. Typisch Frans landschap, dat je de tijd doet vergeten.

Uitvalsbasis is een oud kerkje dat is omgebouwd tot gîte. Een sfeervol en bijzonder plekje. Het kerkhof met oude grafzerken is onze tuin. Het ligt aan een oude pelgrimsroute naar Rocamadour, waar we later deze week op bezoek zullen gaan bij de zwarte Madonna.

Onze eerste wandeling is een mooie plattelandswandeling uit de Actief-gids van de ANWB bij Doissot. We passeren schilderachtige gehuchten en boomgaarden met notenbomen.
De volgende dag lopen we uit hetzelfde gidsje het “Circuit des Chateaux”. De start is bij Les Milandes, het kasteel waar Josephine Baker onderdak bood aan weeskinderen. Het is klimmen en dalen, door het bos. Ineens is daar een formidabel uitzicht op, het aan de overkant van de Dordogne gelegen, Beynac & Cazenac.
Even verderop ligt Castelnaud la Chapelle, waar we crêpes eten aan de voet van het kasteel. Het is gezellig druk met Franse schoolkinderen op schoolreis. “Ne pas courir”, klinkt ongeveer hetzelfde als “niet rennen” en dat zal het dan ook wel betekenen.
Wij rennen niet, te warm en we hebben ons tempo aangepast aan een weekje niks moeten. Dat went snel.

Beter geen woord, dan een woord

Het gaat mis bij Parijs. Drie uur file. Ongelukken en vrijdag; slechte combinatie. Ik moet de gastvrouw zien te bereiken van de Chambre en Table d’hôte (slapen en eten bij wildvreemden.) Eerst maar proberen met een sms’je in het Engels. Er komt geen reactie.

Ik ga bellen. De man naast mij verkneukelt zich. Ik werk hem de auto uit. Gesprekken met Fransen voer ik het liefst alleen.
Ik begin in het Engels. Madame snapt niks van wat ik zeg. Ik krijg monsieur, maar die snapt me ook niet. Ik ga over in een soort mengvorm van Frans, Engels en gebarentaal en uiteindelijk geloof ik dat het een beetje begint door te dringen, waarvoor ik bel.

Veel later komen we aan bij ons onderkomen voor een nacht en kunnen we direct aanschuiven bij de familie en een Frans echtpaar. Het eten is prima. Veel uit eigen moestuin. En fantastische schimmels op hemelse kaasjes; zonde om op te eten. We kijken de kunst van de Franse tafelmanieren af en vegen na iedere gang ons bord af met een stukje stokbrood.

Tussen de gangen door probeer ik deel te nemen aan de conversatie. Ik snap vaak wel waar ze het over hebben, maar als ik mij erin meng en één woord in het Frans zeg, begint men direct te ratelen. En dan volg ik het niet meer. En zo zitten we er een beetje verloren bij. Ik zeg af en toe iets in het Nederlands tegen de man naast mij. Waarop alle blikken naar ons gaan.

Ik probeer het nog maar eens. Een woord Frans en hup daar gaan ze weer. Ook ’s morgens hetzelfde liedje. Het wordt tijd dat we gaan.

Ik spreek voorlopig geen Frans meer. Voila, c’est ca. Eigen schuld, dikke bult.

La douce France

De eigenaresse van de “sjambre en taable doot” in de Morvan spreekt vier talen. Engels, Duits, Nederlands en hoe kan het ook anders Frans.  Ze doet iets met wijn en ontvangt  gasten op het buitenverblijf in Onlay, waarvoor ook nog eens wordt gekookt.
Het is prachtig op het platteland van de Morvan. Dat wisten we al van vorige vakanties, maar toch ….. hoe het echt is vergeet je, zodra je terug bent in het vlakke Nederland. Dit keer is de Morvan slechts een tussenstop voor een reis naar de Auvergne, zo’n 250 kilometer verderop. Met enige spijt verlaten we de goddelijke plek. Maar voordat we onze reis voortzetten, maken we een wandeling door de heuvels en reizen dan langzaam binnendoor naar onze bestemming in de Auvergne.

We hebben een huisje gehuurd, centraal gelegen, tussen de verschillende bergketens. Een groot deel van de Auvergne wordt bedekt door een oud vulkanisch gebergte, het Centraal Massief. In het Noorden van de Auvergne vind je  een relatief jonge vulkaanketen (100.000 en 500 v. Chr.) In het midden zijn de toppen van de Monts Dore en in het zuiden de keten van de Cantal. Tussen en in deze gebieden bewegen wij ons deze week. Vooral wandelen staat op het programma. Naast vulkanische bergen en rotsformaties bezoeken we historische stadjes, de romaanse kerk van Saint Nectaire en kasteel de Val aan de Dordogne. We proeven de kazen van de Auvergne (Cantal, Blue d’Auvergne, Salers en Saint Nectaire) en gaan op zoek naar de zonnedauw in de venen. Met de kaart op de knieën toeren we over het uitgestrekte platteland en vinden de mooiste weggetjes, met adembenemende uitzichten. Een enkele keer springt een hond uit de kant die een stuk met ons meerent en in de banden van de auto bijt. Een vrolijke boer op een trekker steekt zijn hand op. Stugge Fransen? Wij komen ze niet tegen. We picknicken aan een stroompje, dat de kleuterfase van de Dordogne blijkt te zijn.

Terug in het huisje met uitzicht op heuvels, een meertje en een boerderij, drinken we koffie op de veranda. De krekels tjilpen, de vogels fluiten. Ik voel mij als God in Frankrijk. Hoe mooi het is, ga ik dit keer onthouden, als ik terug ben in mijn platte Nederland.

Omschakelen op La Tourelle


Op vakantie gaan is leuk, maar het juiste gevoel krijgen en vasthouden op reis naar je bestemming is niet altijd eenvoudig. Om geen valse start te maken, besluiten we niet op de drukke zaterdag te reizen, maar op woensdag het grootste deel van de reis te maken. Ik kijk uit naar een opgemaakt bed en aanschuiven bij ontbijt en diner, zonder gedoe.

In Colombotte in De Haute Saône hebben Mirjam en Tim hun Chambres et table d’Hôtes, een gîte en een kleine camping. Het is behoorlijk druk bezet. Er is een groep mensen die zich bezighoudt met beeldhouwen en vooral druk doende is beelden van binnen naar buiten en van buiten naar binnen te slepen, omdat het nog wel eens regent.
Er zijn fietsers, wandelaars, levensgenieters en tour de Francepubliek. De meeste gaste spreken Nederlands. Vooral ’s avonds levert dat mooie gesprekken op, tussen mensen die elkaar toevallig zijn tegenkomen op La Tourelle.
We wisselen uit wat we die dag gedaan hebben of de volgende dag van plan zijn. We trekken nog een flesje wijn open en scharen ons rond de vuurkorf. Ik zei het toch, dit gaat een mooie vakantie worden.

Voor meer informatie: www.colombotte.nl


Wandeling bij het kasteel van Oricourt

Zingen in de kapel van Ronchamp

Ik probeer al een paar dagen wat overgebleven Zwisterse francs in te leveren. Geen bank wil ze hebben. Het postagentschap verwijst mij naar een groter kantoor zo’n 18 kilometer verderop en de andere bank wil mijn francs alleen maar wisselen als ik een rekening open. Dus liggen de francs nog steeds op tafel als stille getuigen van een prachtige vakantie.

Mijn oog valt op de afbeelding op het briefje van 10 francs. Wie staat daar eigenlijk op?
Het blijkt de Zwitserse architect Le Corbusier te zijn. En toevalligerwijs is met een gebouw van zijn hand onze vakantie begonnen.

Voordat we naar Zwitserland afreizen, brengen we een paar dagen door in de Haute Saône, een gebied tussen de Vogezen en de Jura. De tweede dag bezoeken we de Kapel van Ronchamp, Notre Dame du Haut.

Notre Dame du Haut is beroemd vanwege de bijzondere vormgeving door de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier en werd voltooid in 1954. In de Tweede Wereldoordog werd de oude bedevaartkapel in Ronchamp door een bombardement verwoest. Na de oorlog, in 1950, kreeg Le Corbusier opdracht een nieuwe vervangende kapel te ontwerpen. In de loop van de vijf opeenvolgende jaren schiep hij een karaktervol gebouw; een plek, zei hij, “van stilte, van gebed, van rust en van geestelijke vreugde”.

Zijn opdracht luidde dat hij een klein, intiem gebouw moest ontwerpen, waarvan zowel de dorpsgemeenschap als de pelgrims die het wilden bezoeken gebruik konden maken. De kapel staat op een indrukwekkende heuvel, met prachtig uitzicht. Door het hoogoprijzende dak en de gebogen witte muren doet de kapel eerder denken aan een beeldhouwwerk dan aan een gebouw. Elke zijde verschilt volledig van de andere. Dat “klein” is naar mijn idee wat minder goed gelukt.

Het regent pijpenstelen als we er zijn. Binnen in de kapel hangt nog de warmte van de vorige dag. Ik zing zacht een melodietje en ervaar de sensatie van een overweldigende akoestiek.

Als God in Frankrijk (2)

Hier_zijn_we_weer
Stel je voor…….
Een gîte de charme, in een klein dorp, met uitzicht op een heus kasteel, in de glooiende sappige lenteheuvels van de Morvan. Voor mij twee prachtige bomen in bloesem, de blauwe regen in volle bloei. De hellingen afwisselend licht- en donkergroen. De bermen vol vergeet-mij-nietjes, witte hoornbloemen, koekoeksbloemen en ….. orchideeën. Drie dagen zomer, twee dagen lente en twee twee dagen herfst en zelfs een beetje winter. Een heerlijke week om te wandelen, wijn te drinken, bij te komen en bij te praten, te filosoferen, muziek te luisteren, te lezen en te bedenken dat we dit eigenlijk vaker zouden moeten doen.
Kun je je voorstellen dat ik het hier vandaag zo plat vind en zo kaal? Morgen zal het wel beter gaan.
Mor1

Uitzicht

Zeven dagen leven als een God in Frankrijk

Kasteel_4
Je bereidt je erop voor, je verheugt je erop en voor je het weet zit je weer gewoon thuis, een weblog te schrijven. Na een weekje in de Morvan in de Bourgogne te hebben gebivakkeerd ben ik weer terug van weggeweest. En het was heerlijk. We hebben elke dag gewandeld. De eerste twee dagen was het erg warm. Zondag en maandag hebben we ervoor gekozen om rond twee meren (het Lac du Chaumecon en het Lac d’Agnan) te wandelen. Op dinsdag waren we in Vezelay. Eerst een wandeling gemaakt door de wijngaarden en het bos, met prachtige uitzichten op het stadje. Daarna zijn we nog uitgebreid van het stadje zelf gaan genieten.

Trekker_2
Vezelay ligt aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Het is een geliefd bedevaartsoord. Dat bleek ook uit de ansichtkaart die ik er kocht. Omdat er een heilige pelgrim op stond kostte deze simpele ansichtkaart 1,85, in tegenstelling tot de andere kaarten 0,55 kostten. Mooie handel zo’n pelgrimsroute! Maar het is natuurlijk erg Nederlands om daar over te beginnen. De volgende dagen liepen we twee wandelingen vanaf onze gîte langs kastelen  en verscholen dorpen en later op de dag een wandeling bij kasteel Bazoches. Verder bezochten we een abdij, waar Trappistenmonniken kaas maken en verkopen. En ook weer leuk zaken doen met die pelgrimsroute. Reisikonen, wandelroutes, kaarten. Nou moet ik zeggen dat ik daar dol op ben, dus ik heb me wel vermaakt bij de monniken met hun kabouterjasjes aan.
Ria
Al met al zijn we op onze wandelingen twee echte wandelaars tegen gekomen. Verder niemand. Voor iedereen die niet houdt van lang klimmen, maar wel van mooie uitzichten en een dromerige, niet door toeristen overspoelde streek, is de Morvan het einde.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑