Wonderful Wales (3)

 

De naam Snowdon is tot op heden niet gevallen in mijn blogs. Het noorden van Wales staat echter wel in het teken van deze berg (1085 m.) en Snowdonia, het park dat ernaar vernoemd is. Wij kunnen de Snowdon zien vanuit de tuin van onze cottage, maar om er dichtbij te komen ben je nog ruim een uur onderweg. Vandaag rijden we naar Llanberis, waar je in een treintje naar de top van de Snowdon kunt. Je kunt ook naar de top lopen en er zijn wel vijf verschillende routes om dat te doen. In het gebied van de Snowdon is het vreselijk druk. En als je al naar boven wilt, dan moet je er vroeg bij zijn, anders is er in juli/augustus geen parkeerplaats meer te vinden. Kortom, wij doen het niet. Wij laten de Snowdon voor wat hij is. We genieten van de autorit door het gebied en wandelen bij Ysbyty Ifan and Cwm Eidda (National Trust). Dit wordt de meest verrassende tocht van de vakantie. Gedurende de wandeling van 9,6 kilometer komen we niemand tegen. Vanuit het schilderachtige dorp Ysbyty klimmen we een stuk omhoog en lopen vervolgens op een van de belangrijkste “drovers’roads” tussen Wales en het schiereiland Llyn. Nog geen honderd jaar geleden liep hier vee overheen om op de markten in Engeland te worden verkocht. Wij lopen er tussen de schapen met uitzicht op de Conwy valley en de Carneddau mountains. Ruig terrein. We klimmen op een heuvel en hebben uitzicht op de bergen van Snowdonia. Een prima plek voor een picknick. De weg gaat verder door moorland, over het erf van een boerderij, dwars door de werktuigenschuur, door velden met paarden, langs bruisende stromen, met als enige dissonant een dood schaap dat er niet al te smakelijk uitziet, vreselijk stinkt en waar we toch echt vlak langs moeten.

Ook de volgende dag is het prachtig helder weer. We maken ongeveer dezelfde autotrip als gister, met dit verschil dat we nu de smalle wegen achter onze cottage betrekken bij de tocht. De auto past maar net op de de smalle weggetjes en er is behoorlijk wat stuurmanskunst nodig voor deze route, maar het is verreweg de mooiste toer die wij maken en omdat het zo mooi is, doen we hem nog een keer. De wandeling Cwm Idwal (5 kilometer) in de buurt van Bethesda is veel belopen. En het meer is in trek op deze warme dag. Dit is het oudste natuurreservaat van Wales met behoorlijk hoge toppen. We besluiten wat hogerop te gaan en de wandeling wordt hierdoor rustiger maar ook “more challenging”. Door al het geklim en geklauter verlies ik de routebeschrijving, maar ook zonder is deze wandeling goed te doen. Ook van deze wandeling kun je een printvriendelijke versie op de website van de National Trust.

Op de laatste dag in Wales rijden we naar Anglesey. Anglesey is een eiland en bestuurlijk graafschap aan de noordwestkust van Wales. Hier loopt onze wandeling een klein beetje uit de hand en zijn we zeker acht uur onderweg. Ik vermoed dat we 20 kilometer in de benen hebben als we terug zijn bij de auto. De start is op een groot parkeerterrein met bezoekerscentrum bij Holyhead Mountain. We volgen het Anglesey Coastpath. Al snel hebben we zicht op de vuurtoren van South Stack. In Ellin’s Tower kun je door grote kijkers papegaaiduikers en de zeekoeten  (guillemauts) op de rotsen bespieden. Prachtig.  De wandeling gaat verder over het kustpad, dat we bij het strand van Porth Dafarch verlaten. Het heeft nog heel wat voeten in de aarde voor we terug zijn bij Holyhead Mountain. We hebben hem steeds in het oog, maar hij is verder weg dan gedacht. Soms is het zoeken om het juiste pad te vinden, soms vinden we het helemaal niet, maar komt het toch goed. Schrikdraad, wilde paarden, zelfs een enkele regenbui moeten wij doorstaan. Zo fijn, om dan weer terug te zijn bij je auto. De wandeling is afkomstig van http://www.visitanglesey.co.uk waar je meerdere wandelingen kunt downloaden.

 

Wonderful Wales (2)

Als ik op vakantie ga, heb ik van tevoren al een hele stapel wandelingen uitgeprint. Lange wandelingen voor onbewolkte, niet te hete dagen, korte voor te hete of te natte dagen. Kortom, voor ieder weertype heb ik wel een wandeling bij me.  Daarnaast heb ik ook nog een boekje met wandelingen bij me. Genoeg om uit te kiezen dus. Eigenlijk blijkt het boekje totaal overbodig, want de internetwandelingen zijn nagenoeg hetzelfde als die in het boekje. Dus, een tip: koop alleen een boekje als je het niet kunt laten.


Op maandag is het miezerig weer. Koud is het niet. We besluiten naar Llyn Peninsula te rijden. Wellicht klaart het op. De plek waar de wandeling begint is moeilijk te vinden en aan het eind van de wereld, zo lijkt het. Het is ook nog eens heel mistig. We zijn twee eenzame wandelaars met hond en het is een bizar idee om over de kliffen te lopen, de Ierse Zee te horen, maar niet te zien. De naam van deze wandeling is al even mistig als de wandeling zelf: Uwchmynydd Circuit. Probeer dat maar eens uit te spreken.
Vanaf de Coastguardlook-out lopen we over de kliffen, tenminste dat denken we. We volgen de bewegwijzering van het Welsh Coast Path, die soms slecht te zien is, door het gebrek aan zicht. Het wordt weliswaar beter gedurende de wandeling, maar echt helder zal het vandaag niet worden. Door de velden bereiken we Mynydd, waar we cream tea bestellen bij een typisch Engelse camping. Het laatste stuk van de wandeling is de klim naar boven waarvan Laurens vanmorgen in de auto al zei: “alles wat we nu omhoog rijden, moeten we straks omhoog lopen”.
De wandelroute (9,1 kilometer) kun je downloaden op http://www.happyhiker.co.uk.

Op de weg terug naar het huisje kijken we nog even in Aberdaron bij de St Hywyn’s Church. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht op Bardsey Island, dat in de Middeleeuwen een belangrijk centrum voor pelgrims was.

Dinsdag parkeren we de auto in Ganllwyd. De tocht die we daar maken gaat langs een onstuimige rivier. We passeren een waterval en lopen afwisselend door het bos en over de velden naar een verlaten goudmijn. Het terrein is van de National Trust en de wandeling kun je vinden op hun website. Bij de start van de wandeling kun je een folder pakken en de wandeling uitbreiden met een aantal kilometers. Onze totale wandeling is 6,5 kilometer. Afgezien van een bezorger, die letterlijk de weg kwijt is,  en een verwarde wandelaar die dat figuurlijk is, komen we niemand tegen.

 

 

 

Wonderful Wales (1)

Heerlijk om de verzengende hitte van het Europese vasteland te verlaten voor het koelere weertype van Noord-Wales. Als wij op 20 juli richting Calais gaan, rijden we de regen tegemoet. Dat is een rare gewaarwording na weken van droogte in eigen land. ’s Avonds, tijdens onze stop  op het erf van Woad Farm Bed & Breakfast in Tathall End (Hanslope, Buckinghamshire) en gedurende de maaltijd in de Cowpers Oak, de pub in Weston Underwood, wordt duidelijk dat het ook in Engeland al weken niet heeft geregend. De bui, die eindelijk valt, wordt met enthousiasme ontvangen. Er komt stoom van het asfalt.

 

Het is fijn om in de pub te zijn. De schoolvakanties zijn vandaag begonnen en dat wordt gevierd in de pub. Het is een gezellige drukte. De cider en het bier, zonder schuim en het glas tot de rand gevuld, smaken goed bij mijn gravy pie en bij de hamburger van Laurens.
De Bed  & Breakfast is uitstekend; fris en schoon en de mensen zijn erg aardig. Het ontbijt is zoals het Engels ontbijt betaamt; bacon, eieren, worstjes en tomaat geserveerd met knapperige toast. Wij zijn klaar voor de bijna vier uur durende tocht naar Wales.

 

We hebben tijd genoeg om in Cwmystradllyn in het noorden van Wales te komen. Voor 16.00 uur worden we daar niet verwacht. De reis verloopt voorspoedig en er is tijd voor een korte wandeling bij Llangynog. We sjouwen door de weilanden, langs een rivier en lopen dezelfde route terug, omdat we geen kaart van dit gebied hebben.
We doen boodschappen in Porthmadog en vinden ons onderkomen voor de laatste week van juli op 10 minuten rijden van het stadscentrum van Porthmadog, op een prachtige landelijke locatie, verstopt tussen struiken en bomen.  Regenen doet het niet, maar het is behoorlijk fris. Het bescheiden huisje ruikt naar Dettol, heeft geen wifi, toilet en douche zitten pal naast elkaar en het trapje naar de slaapkamer is levensgevaarlijk, maar de bostuin is omheind, het huisje heeft prachtige houten gebinten en gepleisterde muren en de ligging is centraal in een fantastische omgeving. Het ontbreekt ons aan niets.
Op zondag maken we een wandeling van 5,7 mijl (9,1 kilometer) bij het vlakbij gelegen Beddgelert. Vanaf Nantmor klimmen we stroomafwaarts door de kloof van de Aberglaslyn rivier. Dat is  bepaald een waardige start van een wandelvakantie! In het mooie stadje Beddgelert bewonderen we het graf en beeld van Gelert. Gelert was de hond van Prins Llywelyn. Toen de prins na een dag jagen thuis kwam werd hij door Gelert begroet. Gelert zat onder het bloed. De prins rende naar de wieg van zijn zoontje. De kamer was bedekt met bloedspatten en het bedje was leeg. De prins vermoordde Gelert omdat hij dacht dat de hond het kind iets had aangedaan. Later bleek dat Gelert het kind had gered. Gelert had een wolf gedood en de baby naar een veilige plaats gebracht. We hebben het over de 13e eeuw. Toen kon dat nog.

Via een verhard pad wandelen we naar het meer Llyn Dinas, waar we omhoog klimmen over bergpaden Het uitzicht wordt met elke pas indrukwekkender. Na de top volgt de onvermijdelijke afdaling, die ons weer bij de auto brengt.
Deze wandeling kun je vinden op http://www.nationaltrust.org.uk en in de Pathfinder Guide, North Wales and Snowdonia.

 

Rondje met mijn hondje (4)

Mijn hond houdt van wandelen; misschien nog wel meer dan ik. En alle rondjes in de buurt tussen 4 en 10 kilometer kennen we al, maar toch vervelen ze nooit. Loop even mee.

Rondje: Rheebruggen, Uffelte
https://www.drentslandschap.nl/wp-content/uploads/2015/10/Rheebruggen.pdf

Startplek: in Uffelte de Tweede Uffelterbrug over. Neem na de brug over de Oude Vaart linksaf de Anserweg. Het startpunt ligt vóór Rheebruggen bij het informatiebord in de haakse bocht.

Lengte: 4 kilometer
Indruk: fijne cultuurhistorische wandeling over een landgoed met een rijke geschiedenis. Mijn favoriete wandeling in de buurt, in ieder jaargetijde.

Wie of wat kwam ik tegen: een eenzame wandelaar en een heleboel brandrode koeien onder leiding van een indrukwekkende brandrode stier.

 

Rondje met mijn hondje (3)

Mijn hond houdt van wandelen; misschien nog wel meer dan ik. En alle rondjes in de buurt tussen 4 en 10 kilometer kennen we al, maar toch vervelen ze nooit. Loop even mee.

Rondje: Koelevaartsveen, Dwingelderveld (blauwe route, SBB)

Startplek: Staatsbosbeheer Informatiecentrum Lhee,  Achter ’t Zaand 1, Dwingeloo of bij de parkeerplaats aan de Spierigerweg tussen Spier en Dwingeloo (let op: er zijn meerdere parkeerplaatsen langs deze weg.)

Lengte: 6,4 kilometer

Indruk: mooie wandeling, geschikt voor warme dagen. Veel bos, dus veel schaduw.

Wie of wat kwam ik tegen: een man met hond, een groepje wandelaars met Jack Russell, drie dames te paard, een rijtuig met koetsier en bijrijder, een wielrenner, twee fietsers die pauzeerden op een bankje en een stel verdekt opgestelde schapen.

Rondje met mijn hondje (2)

Mijn hond houdt van wandelen; misschien nog wel meer dan ik. En alle rondjes in de buurt tussen 4 en 10 kilometer kennen we al, maar toch vervelen ze nooit. Loop even mee.

Rondje: ’t Ende, Reestdal

Startplek: Informatiecentrum Drents Landschap, Boerderij ’t Ende aan de Stapelerweg

Lengte: Eigenlijk 6 kilometer; de wandeling bestaat uit 2 rondjes, waarvan een door het bos aan de overkant van de Stapelerweg. Mijn hondje durfde niet langs de koeien en wat we ook probeerden, hij ging er niet langs en de koeien waren ook niet van plan hem er langs te laten. Ik beperkte mij tot het rondje achter ’t Ende en dat is verreweg het mooist.

Indruk: mooie afwisselende wandeling door cultuurlandschap. Stukje bos, weiland en stroomdal.

Wie of wat kwam ik tegen: een kudde jonge koeien en een groepje wandelaars die aan de wandeling begonnen, toen ik al klaar was.

Rondje met mijn hondje (1)

Mijn hond houdt van wandelen; misschien nog wel meer dan ik. En alle rondjes in de buurt tussen 4 en 10 kilometer kennen we al, maar toch vervelen ze nooit. Loop even mee.

Route: IJsroute, Havelte (blauwe markering)

Startplek: Poort Holtingerveld, Van Helomaweg, Havelte

Lengte: 5 kilometer

Indruk: Fijn rondje, bos, heide, vergezichten, hunebedden en zandverstuiving

Wie of wat kwam ik tegen: de schaapherders met hun kudde, ouders met spelende kinderen bij het grote hunebed, een aantal wandelaars op afstand, een paar mensen die hun hond uitlieten, mensen die gebruik maakten van de parkeerplaats Poort Holtingerveld (fietsers, etc.)

Weer zo’n Trage Tocht; Haarmühle

Net over de Duitse grens ligt Landgasthof Haarmühle; een uitspanning rond een oude watermolen. Hier begint de Trage Tocht van 15 kilometer over o.a. het Witte Veen in het mooie Twente. De Haarmühle is een populaire plek waar het om half 11 ’s ochtends al een drukte van belang is.
Vrijwel direct vanaf de parkeerplaats bij de oude watermolen lopen we richting het Witte Veen, langs de sappige Buurserbeek. Het pad leidt naar het heideveld, dat geenszins wit is. Sterker nog het ziet er zwart van de mensen; voornamelijk fietsers. Als we het Witte Veen verlaten,  wordt het rustiger. We lopen over onverharde boerenpaden, tussen de weilanden door en vinden een plek aan een slootje om te picknicken. Het is zo’n boerenslootje met libellen, kikkers en riet en het ruikt er naar vers hooi. Wat een hemelse plek en wat smaken de meegebrachte broodjes daar lekker.
Het is even een stukje afzien als de wandeling over het opgewarmde asfalt gaat en er geen bomen zijn die schaduw brengen. Bijna aan het eind van de wandeling, volgen we een plankenpad door het bos en wordt het langzamerhand wat drukker. We zijn weer in de buurt van de Haarmühle, waar Duitse schlagers uit de luidsprekers galmen.
Wij blijven in gedachten liever nog even bij dat boerenslootje.

About Argyll and Bute (3)


Bij de Campbells genieten we wederom van een heerlijk ontbijt, een magnifiek uitzicht en Schotse muziek op de achtergrond. Op de derde en tevens laatste ochtend is er een kaasplankje voor ons klaargezet. Islay was ooit een kaaseiland, maar verloor haar kaasindustrie. Zie dit artikel in de Guardian 

Islay staat verder bekend als het whiskyeiland. Er zijn maar liefst negen werkende distilleerderijen op Islay. De whisky’s zijn bekend om hun rokerig en turfachtig karakter. Het eiland trekt veel mannenclubjes aan, die vooral geïnteresseerd zijn in de proeverijen. Natuurlijk bezoeken wij ook een destilleerderij en wel die van Laphroig. Dat bezoek bewaren we tot vrijdag.

Ter kennismaking gaan we op donderdag naar het sympathieke eclectisch streekmuseum van Port Charlotte. Het museum geeft een  beeld van de geschiedenis van en het leven op Islay. Van alles is hier te vinden, over schipbreuken, Islay in de oorlogen, kleding, werktuigen etc. Je kijkt je ogen uit.

’s Middags rijden we naar Kidalton. Hier staat een gaaf exemplaar van een Keltisch kruis bij de ruïne van The Old Church. We leunen tegen de door de zon opgewarmde muren terwijl we onze sandwiches eten. Vicki heeft daslook meegenomen en dat maakt de sandwiches nog lekkerder dan ze al waren. Na een korte wandeling, gaan we naar de andere kant van het eiland en  bezoeken de Mull of Oa. Hier zij spectaculaire kliffen. We hebben een adembenemend uitzicht op het Schotse vasteland en Ierland. Avonds eten we in het gezellige Bridgend Hotel.

De laatste dag op Islay toont een heel ander karakter van het klimaat. Het is koud, het stormt en regent. Eerst gaan we naar de destilleerderij van Laphroig. Het is prima weer voor een klein hartverwarmertje. Dan brengen we een bezoek aan Finlaggan, the ancient seat of The Lord of the Isles. Hier bevinden zich de ruïnes van Finlaggan Castle en Kilfinlaggan Chapel. Het heeft een rijke historie. De overblijfselen zijn een paar honderd meter van het bezoekerscentrum maar wie zich buiten waagt, keert drijfnat en steenkoud terug.
Even verderop springen we uit de bus voor een bezoek aan de Woollen Mill. Hier worden beroemde tweeds geweven die in menig film (o.a. Warhorse, Braveheart), terug te zien zijn. We zien op de foto’s dat, evenals bij Laphroig, prins Charles een regelmatig bezoeker is. Er wordt uitgebreid geshopt en alle dames zijn blij en gelukkig!

Terug in de B&B is er nog wat tijd over om een klein wandelingetje te maken. Ik hijs me in mijn regenpak en trotseer de storm. Later worden we opgehaald om te gaan eten in The Port Charlotte Hotel. Voordat we ons daar melden struinen we nog wat rond bij Ardnave Point, waar we eigenlijk een wandeling zouden maken. Jammer dat het daar, vanwege het weer, niet van gekomen is. Fijn dat we er toch nog even kunnen kijken, het is er prachtig. Inmiddels is het droog en komt de zon tussen de wolken tevoorschijn. “If you don’t like the weather, just wait five minutes”.

De volgende dag gaan we aan boord van de ferry in Port Ellen. De zee is blauw en de zon schijnt uitbundig. Zo kan het hier gaan. Vicki laten we achter, zij gaat wandelen op Jura. De terugreis naar Glasgow gaat via de Trossachs en Loch Lomond. Sheri en Mike stappen uit in Inverary om het kasteel aldaar te bezoeken. In Glasgow neem ik afscheid van Robina, Carol en Michele en reis ik probleemloos terug naar Nederland, waar ik weer gewoon Nederlands kan praten. En dat is toch ook wel weer awesome!

About Argyll and Bute (2)

 

We hebben elkaar gedurende de eerste dagen van onze vakantie aardig leren kennen en hebben veel plezier. Op reis zijn met een groep(je), bevalt me beter dan gedacht. Het is mooi om te ontdekken dat Canada en Australië te maken hebben met dezelfde sores als de Europeanen; klimaat, milieu, werkdruk, kosten van de gezondheidszorg en vergrijzing; om maar wat luchtige gespreksonderwerpen te noemen. En natuurlijk is Trump ook veelbesproken tijdens deze trip. Hilarisch zijn de discussies over hoe een bepaald woord uit te spreken; pecannoten, pecans kent vele variaties in de Engelse taal en zo zijn er nog veel meer uitspraakdingetjes.

Op dinsdag hebben we te maken met een grijzer weertype en buien. We maken een wandeling door The Glen Nant Oakwoods. In de 18e eeuw was dit productiebos om de nabijgelegen ijzergieterij van houtskool te voorzien. Het bos is een weelderige oase van groen en de bomen zijn bedekt met de meest fantastische mossen. Je zou hier volgens de borden reusachtige mieren kunnen tegenkomen; wij zien ze niet. Misschien zijn ze toch kleiner dan verwacht. Na de wandeling rijden we naar de voormalige ijzergieterij en picknicken terwijl het miezert. We bekijken in eigen tempo de gerestaureerde gebouwen van de ijzergieterij. Ter afsluiting volgt nog een wandeling naar Loch Etive en een bezoekje aan een zalmrokerij.
Ik maak voor het diner nog een wandelingetje door Oban, want dat was er nog niet van gekomen. Het vierde restaurant op rij is wederom prima. Ik durf nu wel te beweren dat je in Oban goed kunt eten. Vanavond sluit Vicki aan bij het gezelschap; een leuke jonge schotse meid, die  gaat gidsen voor de reisorganisatie en met ons meereist naar Islay.
Voordat we per ferry naar het whiskyeiland afreizen zijn er een aantal stops en korte wandelingen in Kilmartin Glen. Dit dal is het mekka van prehistorische overblijfselen en ruïnes uit de ijzertijd. We bezoeken een steencirkel, verschillende graven (steenhopen) en bewerkte stenen. Verderop in het dal ligt Dunadd, een fort uit de ijzertijd en het belangrijkste van het Keltische koninkrijk Dalriada tussen de vijfde en negende eeuw.

In 478 maakte Fergus MacEr het fort het middelpunt van het Keltische Dalriada. Dalriada werd gesticht door migranten uit Ierland, de Scotti. Het fort heeft minstens twee belegeringen meegemaakt en werd later doelwit van plunderende Vikingen, zodat er voor een andere hoofdstad werd gekozen. Dunadd Fort is gelegen op een rotshoogte van ruim 53,5 meter hoog en de klim naar boven over de natte en gladde rotsen is een uitdagende. In het bovenste deel van het fort bevinden zich een in steen uitgehakte voetafdruk en een bassin, wellicht om regenwater op te vangen. Van de voetafdruk gaat het verhaal dat deze een rol speelde wanneer een koning werd gekroond. Dit werd nooit bewezen. Een lokale legende verhaalt dat de keltische held Ossian de voetafdruk achterliet toen hij over de heuvels van Rhudil naar Dunadd liep. Ik ga in de voetafdruk staan en ben even de koningin van Dalriada.
We zetten koers naar Kennacraig en passeren het pittoreske Tarbert, waar ik in 2014 al eens was. In Kennacraig begint onze twee uur durende overtocht naar Islay met een veerboot van Caledonian McBrayne.  Ik vind het een mooi moment om stroopwafels uit te delen, die ik voor de gelegenheid in mijn koffer heb gedaan. Met stroopwafels maak je goede sier in het buitenland. En hoe ze het woord stroopwafel uitspreken! Vanaf nu noem ik ze ook stroepwaffels. In twee uur tijd kun je rustig dineren aan boord en af een toe een blik werpen op het voorbijdrijvende landschap. We varen naar Port Askaig, aan de andere kant van het water ligt buureiland Jura.
Na aankomst worden we afgezet bij onze bed and breakfast. Ik ben met Sheri en Mike en Michele te gast bij de familie Campbell in Lyrabus Croft dat uitkijkt over Lochindaal, met aan de overzijde de hoofdstad van Islay, Bowmore. We hebben twee dagen om Islay te verkennen.

About Argyll and Bute (1)

 

Al een aantal jaren lonkt het wandelprogramma van de Schotse wandelorganisatie About Argyll. Wat me tegenhoudt is dat ik helemaal niet zo’n groepsmens ben. Toch trek ik dit jaar de stoute schoenen aan en boek een week Higlands and Islands. Op 5 mei vertrek ik naar Glasgow. Naast me in het vliegtuig zit een discjockey uit Roemenië die in de nacht van zaterdag op zondag “draait” in een Schotse club. Ze schijnt beroemd te zijn in het circuit en vertelt me dat ze vliegangst heeft, maar dat ze dit keer iets kalmerends heeft ingenomen. Gelukkig maar, want ik ben zelf ook niet zo’n held in het vliegtuig en een hysterische buurvrouw zou daar zeker geen goed aan doen.
Op Glasgow International Airport word ik opgehaald door de gids van deze week, Robina. In het busje is het reisgezelschap met mij compleet. Mike and Sheri uit Canada, Carol uit de omgeving van Londen en Michele uit Australië. Ik geef iedereen een hand. Daar kijkt men wat vreemd van op. Les 1 in verschillen in gedrag op de verschillende continenten; er zullen nog vele lessen volgen deze week.

We zetten koers naar Oban. Langs Loch Lomond gaat de reis naar Glencoe, het beroemde beeldschone, te drukke dal. Het liefst zou ik op een autoloze zondag met paard en wagen deze route afleggen. De Australische is verrukt over de sneeuw die nog op sommige bergen ligt. In de omgeving van Perth, waar zij woont, sneeuwt het nooit. Na 3,5 uur rijden komen we aan in Oban, waar we 4 nachten zullen verblijven in Hawthorn Bank Guesthouse. Ik heb een heel klein, maar fijn kamertje op de benedenverdieping. Ik voel me er helemaal senang. ’s Avonds eten we bij een visrestaurant met uitzicht op het eiland Mull.

Elke avond vullen we een formulier in waarop we aangeven hoe we ons ontbijt de ochtend erna het liefste willen. De ontbijten zijn zoals het Schots ontbijt betaamt; continental or full cooked. Na de gezonde ronde met yoghurt, muesli en fruit zijn daar bacon, eggs, sausages, tomatoes en toast of een variatie daarop: scrambled eggs met zalm, of the daily special met romige champignons en een gebakken ei op grof brood. Ik ben dol op het Schotse ontbijt! Op speciaal verzoek komt Marmite op tafel, waarover wederom een levendige uitwisseling ontstaat. Marmite in Engeland, Vegamite in Australië en een Nederlandse die niet begrijpt waarom men dit in vredesnaam op brood smeert. Jak!

Op zondag is het prachtig weer. We varen met een kleine ferry naar Kerrera. Kerrera is een eiland van de Buiten Hebriden, met een bewonersaantal van 45. Op Kerrera staan de overblijfselen van een kasteel, Gylen Castle; ons wandeldoel van vandaag. Al snel verlaten we de geplaveide route en volgen de westkant van het eiland naar de uiterste punt, waar het kasteel, heel strategisch haar plek heeft gekregen. Het is heerlijk struinen, klimmen en klauteren, met uitzicht op de oceaan. We lunchen in de buitenlucht. Het lunchpakket bestaat uit zalige sandwiches, met Cheddar, zalm o.i.d., fruit, een zakje chips en een stukje brownie, flapjack of spongecake en een reep. Het is steeds weer een verrassing en een enorme verwennerij dat alles voor je klaar staat.
Na de pauze doemt het kasteel op. De ligging ervan en ons uitzicht erop zijn indrukwekkend. Het is nog een half uur lopen voor we de muren ervan kunnen aanraken. Langs de oostkant van het eiland lopen we terug naar de ferry. De gele brem bloeit uitbundig en we hebben een geweldig uitzicht.

Op maandag volgt de boottrip naar de eilandengroep de Garvellachs. We varen met een kleine boot, langs majestueuze kliffen, een vuurtoren op een eiland en gaan aan land op Eileach an Naoimh, Schots-Gaelisch voor Holy Island. Hier vind je de overblijfselen van een oud Keltisch klooster, gesticht door St. Brendan in 542. Het is nog een hele toer om met het kleine bootje aan te meren. We moeten vanaf het bootje op een rots springen en kruipen dan verder omhoog; spannender zal het deze week niet worden. We picknicken op het eiland, hebben nog wat tijd om rond te struinen en halen halsbrekende toeren uit om weer op het bootje te komen. ’s Avonds wacht ons wederom een restaurant in Oban.

Schier ontwaakt

De schelpenpaden tellen schelpen
De houtsnippers hebben de geur van het bos
Op het terras is plek, in schaduw en zon
Nog even de remmen niet los

De zee lijkt kalm, afwachtend het strand
Een enkeling waagt zich in zee
Een handjevol mensen lost op in het duin
De wind in de rug, het zit mee

Je rekt je uit na de winterslaap
Op deze warme dag in april
Mensen zullen komen en gaan
Maar vandaag is het nog heel even stil

 

Een mooie winterdag, de lente nog ver te zoeken

Gister liep ik dicht bij huis een wandeling vanaf het Bezoekerscentrum Dwingelderveld. Heerlijk om te kunnen lopen, zonder op de kaart te hoeven kijken. Met een 8-tal wandelaars, die zich opgegeven hadden via de Wandelsite, trotseerde ik de snijdende oostenwind en maakte een tocht van ruim 18 kilometer. Velen van ons werden die ochtend door het thuisfront voor gek verklaard. Maar zoals de Engelsen zeggen ‘ieder weer is wandelweer’ en mijn motto is “meestal valt het mee en als het niet meevalt, dan kom je er wel achter”.

De wandeling  ging via de Anserdennen naar de boorden van het Dwingelderveld, langs de vogelkijkhut, met een majestueus uitzicht op de Davidsplassen. Van vogels heb ik weinig verstand, maar een uitzicht weet ik op waarde te schatten. Ik had gedacht mijn medewandelaars daar ook wat beschutting te bieden, maar het bleek in de hut niet veel warmer dan erbuiten. Er zat niets anders op dan de pas er flink in te houden.
We gingen het bos weer in  om halverwege de tocht bij de Bospub  op te warmen bij de houtkachel. Met gloeiende wangen stapten we weer naar buiten. We doorkruisten een stukje bos en maakten een rondje om het beeldschone Smitsveen om vervolgens  richting schaapskooi te gaan. Dat was een beetje afzien, een lang recht stuk, zonder beschutting. In de schaapskooi was het leed snel geleden; hartverwarmend die enorme hoeveelheid dartele lammetjes. De nieuwe schaapskooi, de officiële opening moet nog plaatsvinden, is een echte aanwinst voor het Dwingelderveld, zoals ook de uitkijktoren bij de schaapskooi. Via het Kloosterveld keerden we terug naar het bezoekerscentrum en ging ieder weer zijns weegs, na een heerlijke winterse lentedag.

Franeker, ergens in het heelal

De vader van mijn vriendin had als hobby klokken maken. Hij kon uurwerken repareren en hij maakte ook klokken; Friese staartklokken, stoeltjesklokken. Hij had een draaibankje en maakte onderdelen zelf. Een precisieman was het. Ik herinner me hem in zijn kleine hobbykamertje met aan de wand allemaal klokken en een prominente plek voor de klok waar hij op dat moment aan werkte. Fascinerend al dat getik en dat slaan van die klokken. De man was helemaal in zijn element in dat kleine kamertje.
Mijn vriendin verhuisde naar Zwitserland, haar vader was inmiddels overleden.
We zien elkaar gelukkig nog regelmatig. Ik mag mij gelukkig prijzen met deze vriendin. Zij kent mij van de tijd dat ik nog thuis woonde, zij weet hoe het was bij ons thuis en ik kan me het gezin waarin zij geboren werd ook levendig voor de geest halen. Sommige dingen hoeven wij elkaar niet uit te leggen; die weten we gewoon.
Tijdens haar winterse bezoek reizen we samen af naar het museum van Eise Eisinga in Franeker, dat staat altijd nog op het verlanglijstje van mijn vriendin, omdat haar vader het daar vroeger vaak over had.

Aan het plafond van de woonkamer van een prachtig grachtenhuis bevindt zich het oudste nog werkende planetarium ter wereld. Dit nauwkeurig bewegend model van het zonnestelsel werd tussen 1774 en 1781 gebouwd door de Friese wolkammer Eise Eisinga om de mensen te laten zien dat de planeten niet op elkaar zouden botsen en dus de wereld niet zou vergaan, zoals verkondigd. Dat was een hele opluchting in die tijd.

Eise Eisinga was eveneens een precisieman, een kei in wiskunde en in het berekenen van afstanden. In een tijd dat er nog geen computers waren moet het een enorme klus zijn geweest. Een klus die hij alleen  kon klaren omdat hij zo bevlogen was. Het is een ingenieus  radarwerk, bestaande uit houten tandwielen, spieën en speciaal gesmede spijkers.
We laten ons het verhaal vertellen door een van de vele vrijwilligers. Het uurwerk tikt gemoedelijk. Op de vraag wie er onder zijn eigen sterrenbeeld zit, kijk ik omhoog. Ik zit precies onder het sterrenbeeld Ram, mijn sterrenbeeld.
In het museum doen we tal van leuke ontdekkingen over het heelal.  Een rondje door het fraaie historische stadje en koffie met oranjekoek maakt ons bezoek aan Franeker compleet.

Onderweg in het Drentse land

rolde e.o 005Assen, daar ga ik vandaag van start. Ik loop met Loes en nog een aantal gezellige wandelaars die zich hebben aangemeld via de Wandelsite.  Het is lang geleden dat ik meeliep met een georganiseerde wandeling, maar ik heb er zin in en tijd voor; kortom het past me.
Het voordeel van Assen is dat je zo de natuur inloopt. Al keuvelend lopen we de stad uit en daar ligt de Drentse Aa in al haar glorie aan onze voeten.  Ik houd van de Drentse Aa. Het is een prachtig riviertje dat meer en meer in de ere wordt hersteld. Zij mag weer meanderen! En wij meanderen mee langs haar oevers.
Kampsheide is dan niet meer ver. Een luilekkerland voor archeologen is het daar met grafheuvels en overblijfselen van Celtic fields, beter: raatakkers (ze hebben namelijk helemaal niks te maken met de Kelten). Raatakkers zijn min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akkers die van de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd werden ingericht.
Het is dan nog maar een klein stukje naar Balloo en zijn schaapskooi, waar we ons over eerste lammetjes buigen. In Rolde lunchen we op een bankje bij de hunebedden en vervolgen onze tocht naar  Deurze. Het gebied rond Deurze is opnieuw ingericht en je kunt er vlak langs het Deurzerdiepje lopen. Omdat het zo nat is en het meer in het Deurzerdiepje lopen wordt, is het alternatief over het fietspad een betere optie. Na Deurze komt Assen weer in zicht. We lopen naar het centrum door de mooie Parkstraat en nemen buiten op het terras een afzakkertje.
Voor de foto’s verwijs ik naar onderstaande link. Klik hier voor de foto’s van Ton, die ook meeliep. Mijn eigen foto’s zijn op wonderbaarlijke wijze verdwenen.

 

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑