Verkassen

Schotland, deel 5

Na het laatste superontbijt in Carnaburg Guesthouse, verkassen we naar de andere kant van Mull. Onderweg is er voldoende tijd voor een wandeling, want Mull is niet zo groot. Even groot als Zeeuws-Vlaanderen zegt Wikipedia, maar dat zegt me nog niet veel, want hoe groot is Zeeuws-Vlaanderen? Ja, net zo groot als Mull ……
Vandaag wandelen we bij Lochbuie;  een nederzetting aan een zeearm,  22 kilometer ten westen van Craignure. We rijden over smalle singletrack wegen door een dal waar rododendrons uitbundig bloeien. Goeie timing!
Tijdens de wandeling passeren we een kerkje, een mausoleum, een steencirkel, een middeleeuws kasteel en verschillende cottages. Dat gecombineerd met het uitzicht op zee en bergen maakt het tot een magnifieke tocht. We lunchen op het strand. Dat er voor de derde dag op rij niks klopt van de bestelde lunches lijkt niemand te deren. Alles smaakt goed in de Schotse buitenlucht.

Na de wandeling rijden we naar Bunessan. Daar ligt aan Ardalanish Bay, Ardachy House Hotel. Het werd nog niet zo lang geleden overgenomen door Chris en Jo Roberts. Het hotel ligt op een bijzonder fraaie plek, aan een doodlopend weggetje, met een zandstrand naast de deur. De gastvrouw blijkt ook nog eens een prima kok. We eten drie avonden ter plekke en dat is fijn want als we ’s middags terugkeren van het wandelen is er nog voldoende tijd om te relaxen.

Op donderdag beklimmen we Ben More. Deze munro meet 966 meter. Die gaan we omhoog en ook weer naar beneden. Dat is sneller getypt dan gedaan. Een uur of zes zijn we onderweg. Het beklimmen van een berg is met geen enkele wandeling te vergelijken. Het vraagt een beetje doorzettingsvermogen en er zijn momenten waarop ik mezelf voor gek verklaar en toch maar doorga. We halen allemaal de top, die in nevelen gehuld is, en keren op eigen tempo terug naar zeeniveau. Bij de weg naar beneden wordt me pas duidelijk hoeveel we geklommen zijn.

 

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: