En nu naar Mull

Schotland, deel 2

Als ik ontwaak in mijn bezemkast, gluur ik door het raampje. Het regent; die typische Schotse regen, iets wat het midden houdt tussen motregen en gestage neerslag. Je wordt er dus gewoon nat van. In het souterrain van East Claremont House is een ontbijtruimte ingericht met een piepklein keukentje, waar de gastheer zich wijdt aan de Schotse ontbijtkookkunst. Of ik cooked breakfast wens? Natuurlijk wens ik dat en doe maar alles wat erbij hoort. Eieren, scrambled, poached, of fried? Een gast die vraagt naar een cooked egg, wordt niet begrepen. “Boiled”, help ik hem. Geen idee waar de man vandaan komt, het zou zomaar een Nederlander kunnen zijn. Uiteindelijk neemt hij helemaal geen ei. Ik smul van mijn Scottish cooked breakfast en kan er voorlopig even tegen. Vanwege het weer besluit ik naar het station te lopen en nog een beetje rond te kijken in het winkelcentrum. Daar heb ik het snel gezien en ik neem de trein naar Glasgow, waar ik vroeg in de middag mijn reisgezelschap zal treffen.
Het grijze Schotse landschap glijdt aan me voorbij. Soms wordt het opgevrolijkt door sappige groene weiden en velden met koolzaad. In een kleine anderhalf uur reis ik van Edinburgh naar Glasgow. Omdat ik aan de vroege kant ben, loop ik nog even de stad in. Ik zie veel zwervers en veel elektronische sigaretten. Het zijn zo van die dingen die opvallen.
Rond een uur of een meldt de gids zich in de stationshal. De dame waar ik al een tijdje naast zit, blijkt Beth uit Nieuw-Zeeland te zijn. De Zweedse vriendinnen, Ann en Eva, beiden gepensioneerd tandarts, komen net aanlopen en Jörg en Cornelia, het echtpaar uit Duitsland, is ook in de buurt. De Amerikaanse Anne en Tracy zullen zich in Oban bij ons voegen.
De stemming zit er gelijk goed in. Tegen de tijd dat we in Oban zijn, zo’n 2,5 uur later, lijkt het of we elkaar al weken kennen.

In Oban hebben we tijd om te genieten van verse vis bij een stalletje. Hot smoked salmon, daar kunnen ze mij voor wakker maken. Het smaakt turfachtig, als de whisky van de eilanden van de westkust.
Moeder en dochter Anne en Tracy zijn in Oban en reizen met ons mee naar Mull. De oversteek met de Calmac ferry duurt ongeveer een uur. Cornelia, Beth en ik brengen de reis door aan dek. Het is weliswaar niet helemaal droog, maar de frisse lucht is heerlijk, na een dag trein en bus.

Na aankomst in Craignure is het een uur rijden naar Tobermory. In een van de befaamde gekleurde huizen aan de haven, Carnaburg Guest House, zullen we tot dinsdag verblijven. Vanavond dineren we bij het Western Isles Hotel. Het uitzicht is helaas beter dan het eten. Als we teruglopen naar onze guesthouse ligt Tobermory sprookjesachtig verlicht aan onze voeten. De verwachtingen voor de dag van morgen zijn hoog gespannen.

 

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: