Edinburgh

Schotland, deel 1

Voorafgaand aan een wandelweek op het eiland Mull, bezoek ik het Schotse Edinburgh. Vanaf het vliegveld reis ik per tram probleemloos naar de binnenstad. Een tramkaartje heb ik thuis via internet gekocht. Reizen anno 2019!

Tijdens het ritje in de tram word ik afgeleid door een jongetje in schooluniform met Superman rugzak en zijn moeder. Moeder heeft een flinke pancake op het gezicht en draagt een minirok, het is immers 14 graden en de zon schijnt. In Schotland staat dat gelijk aan zomer. Ik probeer hun gesprekken te volgen. Ze hebben het over een natuurkundig verschijnsel en ‘mom’ zoekt op hoe het zit op haar smartphone. Ik vind hun taalgebruik verrukkelijk en moet lachen om het ondeugende jongetje dat onder dat keurige uniformpje verstopt zit. Ze stappen uit bij Waverley Station.
Ik verlaat de tram bij York Place, niet ver van mijn Bed & Breakfast, zegt Google Maps. De weg ernaartoe loopt omhoog over keien. Ik hoop dat de wieltjes van mijn rolkoffer dit overleven. Ik sla een bocht om, sta voor de B&B en bel aan. Er wordt niet opengedaan. Ik bel het nummer dat op het bordje staat naast de bel en krijg iemand aan de lijn, die belooft er over twee minuten te zijn. Het worden er vijf.
Mijn kamertje heeft het formaat van een bezemkast. Wonderbaarlijk genoeg past er een bed in.  Er is een toilet, douche, wastafel en een kastje, waarin de niet te versmaden waterkoker en föhn hun plek hebben gevonden. Aan het kastdeurtje hangt een strijkplank in miniformaat. Een strijkijzer had ik zelf moeten meenemen, want dat vind ik niet. Nou valt er ook niks te strijken, dus dat komt goed uit. Het vereist wat improvisatievermogen, maar de waterkoker kan, zittend op de grond, worden gebruikt. Ik maak een kop koffie en laat me de bijgeleverde gemberkoekjes smaken. Het raampje naast mijn bed kijkt uit over de tuintjes van Victoriaanse huizen, later zal blijken dat het hier gaat om Georgiaanse architectuur. Tochtdicht is het raampje niet.

Na een kop koffie verlaat ik de B&B om de stad te verkennen. Ik loop naar Waverley Station en pik daar de route op van een stadswandeling die ik heb gedownload bij https://www.walkhighlands.co.uk/. Deze website is trouwens een aanrader als je wilt wandelen in Schotland.

Het centrum van Edinburgh bestaat uit Old Town en  New Town. De Old Town heeft een kasteel en een hoofdstraat met stegen in visgraatpatroon. Deze hoofdstraat wordt de Royal Mile genoemd. Op de Royal Mile stort een zeepbellenmachine duizenden bellen uit over het plein, er is vertier en vermaak. En ja, natuurlijk is de Royal Mile erg toeristisch. Toch is de wandeling door het middeleeuwse hart van Edinburgh op deze zonnige middag een cadeau. In Schotland moet je van de zon genieten als die er is. Trouwens, waar niet? Ik zwerf door de straten en bezoek Greyfriars Kirk. De eerste kerk die in Edinburgh werd gebouwd na de reformatie. Op het kerkhof is het graf  van Greyfriars Bobby, een Skye Terrier die 14 jaar lang bij het graf van zijn overleden baas bleef wachten. Greyfriars maakt niet daardoor indruk op me. Het zijn de 16e-eeuwse graven en de weelderige begroeiing die deze plek voor mij tot een hoogtepunt van mijn stadswandeling door de Old Town maken.

De New Town is een schoolvoorbeeld van een zorgvuldig geplande stadsuitbreiding uit de 18e eeuw, een vinexwijk avant la lettre. Het is de wijk rondom de winkelstraten Princes Street, George Street en Queen Street, waar de Georgiaanse bouwstijl domineert. De stijl kenmerkt zich door strakke lijnen en contrasterende kleuren. Aan het type auto dat voor de deuren staat, kun je zien dat hier tegenwoordig de beterbedeelden wonen. Ik vermoed dat wonen in de New Town hip is.
De zon heeft plaatsgemaakt voor een herfstachtige koude wind. Ik eet een pizza in een restaurantje, drink nog een kop koffie in mijn bezemkast en kruip diep onder het dekbed, een tochtstroom gaat langs mijn haren.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: