Say cheese!

Ik loop luid te verkondigen dat wij de beginetappes van het Zuiderzeepad goed hebben getimed. Lekker in lente en zomer langs het water lopen. Zo goed voor het zomergevoel! En dat is ook zo, maar dan moet je niet naar Volendam en Marken gaan in augustus. Vandaag vallen wij ten prooi aan het massatoerisme!

Een klein voorproefje krijgen we in Edam. Er is kaasmarkt en je struikelt over de toeristen. Maar goed Edam, kunnen we nog wel hebben. Het is een mooi stadje en er is een leuk museum, waar dan weer niemand is, en een grote kerk.
Het Edams museum is gevestigd in een koopmanshuis dat omstreeks 1540 gebouwd is. Het was in die tijd voor Edam een bijzonder ‘rijk’ huis, met natuurstenen kozijnen in de voorgevel en alle muren opgetrokken van baksteen. De meeste huizen in Edam waren in die tijd nog van hout. Ook een verdieping was in die tijd nog een zeldzaamheid. Het huis is een paar keer gerestaureerd, maar desalniettemin een beetje scheef gezakt. Wat krom is kun je niet rechtbreien.
Het leukste in het huis is toch wel de drijvende kelder. De kelder die op het grondwater drijft, schommelt net niet erg genoeg om zeeziek te worden. Maar een rare ervaring is het wel.

Na Edam lopen we naar Volendam over een weinig spectaculair stukje dijk, zo de winkelstraat in. Wat een drukte. Bij de haven worden wij opgewacht door schoonzus en de neefjes, die meevaren naar Marken. Drommen mensen die allemaal hetzelfde willen: naar de overkant. Op het dek is geen plaats meer, dus niks uitwaaien. Gewoon in de kajuit.
Marken doet me sterk denken aan Volendam. Druk, druk, druk. De meeste mensen blijven hangen bij de huisjes rond de haven. Wij lopen een klein rondje over het eiland. En dat is dan eigenlijk weer heel leuk.

We lopen eerst naar de vuurtoren, waar we op het strandje de voeten laten kennismaken met het koele water van het IJsselmeer. Dat bevalt de voeten wel op deze snikhete dag. Vanaf de vuurtoren lopen we langs het water terug naar de aanlegsteiger van de veerboot. Opvallend onderweg zijn de “nederzettingen”. De huizen op Marken zijn gegroepeerd op heuveltjes (werven). Het water liep in vroeger tijden nog wel eens het eiland op en dan hield je de voeten tenminste droog op zo’n verhoging.

Een oude man is zijn huis aan het schilderen. Schoonzus vindt dat hij hier mooi woont. “Ach”, zegt de man, “voordat de toeristen kwamen, was het wel mooi”. Maar nu vind ik het niet zo mooi meer.” We begrijpen het en lopen door. Zelfs met “say cheese” valt hier geen eer aan te behalen.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: