Alleen, maar niet eenzaam

Ik heb nog een weekje vakantie. Iedereen is weer aan het werk of naar school. Nu zou ik natuurlijk de ramen kunnen zemen, stoffen, opruimen, de auto wassen. Maar dat is toch geen vakantie? Dus deze week ga ik gewoon door met het afwerken van mijn “leuke-dingen-lijstje”. Op naar het museumklooster in Ter Apel. Volgens de routeplanner een uurtje rijden. Bij Emmen heb je de grootste afstand wel afgelegd, maar eigenlijk begint het dan pas. Je moet eerst heel Emmen door. De weg van Emmen naar Ter Apel is typisch een weg door de veenkolonixc3xabn. Kaarsrecht, door onafzienbare aardappelvelden, die een beetje staan af te sterven. Wat moet je anders doen daar?
Voor ik het weet zit ik weer eens in Duitsland. Alle wegen in het noorden leiden naar Duitsland. Ik keer om en rijd de andere kant uit. Ik zie drie keer het bordje van Ter Apel en ga er twee keer weer uit om uiteindelijk bij het klooster aan te komen. Ik ben er bijna alleen, maar ik ben niet eenzaam! Het klooster ligt op een beboste zandrug langs de eeuwenoude handelsroute van Münster naar de stad Groningen. Het is het enige nog bestaande middeleeuwse plattelandsklooster van Noordwest Europa. De kannunniken van de Orde van het Heilig Kruis, bekend onder de naam kruisheren, leefden volgens de regel van Augustinus en hadden hun werkzaamheden in de zielzorg, het onderwijs en de missie.

.Zitten_2
Vandaag volg ik het spoor van Broeder Jacobus. Die mij door de kruisgang naar de kruidentuin leidt, van de sacristie naar de Kannunnikenkerk. De driedelige priesterzetel is gemaakt van Baumberger kalkzandsteen. In het nieuwe deel van het klooster bevinden zich meerdere expositieruimten. Momenteel is er een expositie van Geert Schreuder “Bodem voor de hemel”, 25 moderne schilderijen van kerken in de Friesche Landen. Ik vind het erg mooi werk. Kleur en eenvoud karakteriseren de landschappen, waarin steeds weer de kerk centraal staat. Vanuit het Gang
nieuwe deel kom je weer in een oud stuk klooster, waarin de priorkamer, de subpriorkamer en de proviandkelder zijn gevestigd. Ik doe het rondje twee keer, om het nog meer te beleven. Ik stap naar buiten en lunch in het Boschhuis, een sfeervolle plek, waar de koffie en de kipsalade prima zijn. Ik hoop dat het ophoudt met regenen, zodat ik nog een stukje door het bos om het klooster kan dwalen. Het gaat alleen maar harder regenen. In de regen loop ik het rondje van twee kilometer en ik weet genoeg. Ik moet er nog een keer terug. Deze zandrug is echt de moeite waard.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: