Groeten uit Eeserveen

Eeserveen, Eesveen? Voor je het weet rijd je de hele verkeerde kant uit. Eesveen, in Drenthe daar moesten we zijn. We wandelden er een rondje en kwamen weer van alles tegen.

 

Beelden aan Zee

Wie kent hem niet, die bronzen figuur in Rotterdam met dat gat in zijn lijf? ‘Jan Gat’ wordt hij genoemd, of ‘Jan met de handjes’. De verwoeste stad, zoals het beeld eigenlijk heet, wordt wereldwijd gezien als een van de meest indrukwekkende monumenten voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het is zelfs zo beroemd dat velen óók – en dat is uitzonderlijk voor een beeld in de openbare ruimte – de naam van de maker kennen: Zadkine.

Een overzichtstentoonstelling van het werk van Zadkine kun je momenteel aanschouwen in museum Beelden aan Zee in Den Haag (op de boulevard van Scheveningen). Ossip Zadkine (1888-1967) wordt gerekend tot de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw. Geboren in Vitebsk in Wit-Rusland vestigde hij zich in 1910 in Parijs. Daar leerde hij de moderne kunst kennen, waaraan hij vanaf 1911 zelf een bijdrage ging leveren met primitivistische sculpturen in steen en hout. Onder invloed van het kubisme ontwikkelde hij begin jaren twintig een geheel eigen stijl, die gedurende de jaren dertig steeds dynamischer en barokker werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Zadkine in ballingschap in de Verenigde Staten, waar zijn reputatie alleen maar groeide. Zijn expressieve beelden van na 1945 laten de veerkracht zien waarmee hij aan de nieuwe idealen van het Europa van de wederopbouw een unieke en dwingende vorm wist te geven.
De tentoonstelling is niet alleen indrukwekkend, maar geeft ook een goed beeld van de ontwikkeling van de beeldhouwkunst. De tentoonstelling is tot en met 3 maart 2019 te bezichtigen.

(Bron: Museum Beelden aan Zee)

Iran, bakermat van onze beschaving

Ik moet toegeven dat ik eigenlijk helemaal niks van Iran weet. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling ‘Iran, Bakermat van de beschaving’,  in het Drents Museum in Assen krijg ik gaandeweg in de gaten dat Iran een boeiend land is met een rijke geschiedenis. De Iraanse cultuur is een van de oudste culturen ter wereld. 200 kunstschatten zijn momenteel tentoongesteld in Assen. Ze zijn geleend van het National Museum in Teheran. De kunst, maar ook zeker de filmpjes van Iraniërs die in Nederland wonen, dragen bij aan een prachtig plaatje.

De sfeervolle tentoonstelling is nog tot en met 18 november 2018 te bezoeken.

 

Boswachterspad Oudemolen

Staatsbosbeheer heeft wandelingen laten bedenken door boswachters die in de verschillende gebieden werkzaam zijn. Daar mag je wat van verwachten. Wie zou immers de mooiste paden en paadjes kennen? Ik denk dat de boswachter een heel eind komt. Om dat uit te testen loop ik met mijn dochter het Boswachterspad van Oudemolen. De route is 7 kilometer lang en bewegwijzerd met houten palen met lichtblauwe koppen.
Het is een prachtige, geheel onverharde, wandeling door het fabuleuze stroomdal van de Drentsche Aa. Bos, heide en doorkijkjes naar het stroomdal waar ergens het Oudemolense Diep meandert. In hoeverre deze route afwijkt van de andere wandelingen die ik door het gebied liep, weet ik niet. Er zijn vele routes die het gebied doorkruisen, maar welke je ook kiest, het Drentsche Aa gebied is van ongekende klasse. Niet alleen de boswachter weet dat.

Meer info:  https://www.staatsbosbeheer.nl/boswachterspaden
Start van de route: Parkeerplaats Molensteeg in Oudemolen
Horeca: De Fazant, Oudemolen

Trage Tocht De Wijk

De omgeving van De Wijk ken ik vrij goed. Ik woon op steenworpafstand. Toch pak ik de routebeschrijving erbij. Soms ontdek je toch ineens een paadje dat je niet kende.

Om half 10 ga ik met de hond op pad in het ontwakende De Wijk. Spoedig loop ik langs de oevers van de grensrivier, De Reest. Superlatieven schieten te kort. Wat is het mooi hier vandaag. Het landschap lijkt alle warmte van de voorbije zomer te hebben opgezogen en explodeert in rood en geel. Ik kruip door een droge sloot, want het bruggetje en de witte hekken zoals genoemd in de routebeschrijving blijken te zijn verdwenen. “Nog geen twee weken geleden” vertrouwen buurtbewoners mij toe. “We zijn er niet blij mee, want je kon zo’n prachtig rondje met de hond doen.” “Ik heb het Drents landschap en Dorpsbelangen al aangeschreven” vertrouwt de man mij toe.
Even verderop ligt het landgoed Dickninge, met een monumentale havezate, gerestaureerd tuindershuis en een boerderij.  Ik loop naar het pittoreske tolhuis, dat momenteel wordt gerestaureerd om vervolgens via een onverharde weg en over een fietspad naar de Havixhorst te lopen. De Havixhorst is nog zo’n juweeltje. Deze havezate is vanaf de 17e eeuw tot 1939 bewoond door de adellijke familie De Vos van Steenwijk. Daarna heeft het vele wisselende, tijdelijke bestemmingen gehad. In 1979 is begonnen met de restauratie, waarna het in 1982 als Châteauhotel en -restaurant in gebruik is genomen. Inmiddels is De Havixhorst eigendom van Stichting Het Drentse Landschap. In de tuin zijn doorlopende beeldenexposities. Zeer de moeite waard.

Trage Tocht Ootmarsum

De Trage Tocht Ootmarsum (13 kilometer) start bij een interessante plek: de Kuiperberg. Je vindt hier een parkeerplaats bij een prachtig uitzichtpunt, een Joods kerkhof en de kortste watertoren van Nederland, allemaal bij elkaar.
Deze heerlijke wandeling lopen we op een warme dag in oktober. Alleen de kleur van de bladeren past bij de herfst, maar het voelt als zomer. Over brede zandwegen, langs glooiende akkers en Twentse erven voert de route. Beeldschoon is de Hazelbekke en sprookjesachtig het Springendal. In Ootmarsum zijn de terrassen overvol. Wij lopen door naar de Kuiperberg, waar we pauzeren op een bankje en genieten van het panoramisch uitzicht. Zo simpel kan het zijn.

 

Elke zeebries, is jouw bries

Wadlopen, ik sla het geen jaar over. Dit keer van Brakzand naar Schiermonnikoog. Een rollatortocht zou de gids zeggen. En inderdaad het tochtje is een eitje; weinig slik, een enkele geul en verder alsof je een strandwandeling maakt.
We vertrokken om 6.00 uur en arriveerden rond een uur of 10.00 uur op het eiland. Nog een hele dag voor je om te genieten van zon, zee en frisse lucht. Dit keer huurde ik geen fiets, maar liep ik zover ik kon en terug.

Trage Tocht Vasse

Van een stralende zomer rollen we in een stralende nazomer. En vooral zo’n nazomer nodigt uit tot wandelen. We pakken onze spullen en rijden vandaag naar Twente. Het blijft een favoriete bestemming; het niet te evenaren coulisselandschap van Twente. Vasse is een gezellig Twents dorp met veel reuring. We lopen het dorp uit en missen een van de eerste aanwijzingen (het is altijd even wennen aan het opletten) en hebben gelijk al een alternatief stukje te pakken. De kaart is duidelijk en we zien waar we de mist in zijn gegaan, maar we gaan niet terug. Een beetje mokkend, want ik loop graag een wandeling zoals hij bedoeld is, lopen we een bosrijk gebied in met heideveld. In de verte zien we de kudde. We passeren het Vasser grafveld en een aantal grafheuvels. Over de Tutenberg gaat de route, richting de molen van Bels, waarin horeca gevestigd is. Het is een prachtige locatie en we lunchen in de prachtige tuin. De route gaat verder over zandwegen door de velden, waarin koeien loom hun gras herkauwen.

Aan de Duitse grens liggen de Mandercirkels. De cirkelvormige akkers zijn in de jaren dertig van de 20e eeuw op de heide van de voormalige marke Mander aangelegd in opdracht van Gerhard Jannink, textielfabrikant en grootgrondbezitter uit Enschede. Hij had in Noord-Amerika gezien dat ronde akkers voordelen hadden boven rechthoekige. De velden konden vanuit het midden in een spiraalvormige gang worden bewerkt zodat de machines niet behoefden te keren. Er werd afwisselend rogge, haver en aardappels verbouwd. Na 1975 werd mais het belangrijkste gewas. Toen ook dat niet meer loonde zijn de gronden van Jannink in 1991 verkocht aan Landschap Overijssel.
Je moet echt goed kijken om de cirkels te herkennen. De natuur probeert ze overduidelijk over te nemen. Uitgestorven is het hier, slechts een enkele wandelaar lopen we tegen het lijf. We gaan richting Vasse en hebben mooi zicht op het dorp. Het is dan nog maar een klein stukje naar het centrum.

Trage Tocht Baarn

Met vrienden spreken we af ergens tussen zuidwest Drenthe en Den Haag. Ik ben tot de ontdekking gekomen dat Baarn net zo ver van  onze woonplaats ligt als  van die van onze vrienden. Dus daar gaan we wandelen. Koffie bij de Generaal, dat is een goed begin. Ik ken de mooie uitspanning van het Utrechtpad, dat ik een aantal jaar geleden liep. Je zit daar fijn en vele wandelaars zijn dezelfde mening toegedaan, want het is een grote verzameling rugzakken en grote schoenen daar.

Door al ons gekeuvel zouden we haast vergeten waar we voor komen; wandelen. De  tocht is, zoals alle Trage Tochten, gedetailleerd beschreven. We lopen door een parkachtige omgeving met waterpartijen en lange beukenlanen. Onze tocht voert langs een droge beek en door een berceau van haagbeuken. We gaan over heideveld, De Stulp, en er volgen meer beukenlanen. De omgeving van Maarn is een landschap met allure. Halverwege de tocht is er een prima plek om te lunchen. “Buiten in de Kuil” serveert gezonde, verse heerlijkheden. Het is gezellig druk op het terras en we nemen het ervan.  Er volgen zand- en bospaden en dan komen we in het park dat hoort bij kasteel Groeneveld. Over allure gesproken!
Het laatste stuk van de route gaat door Baarn, over een verrassend pad langs het spoor. Al babbelend staan we ineens weer bij het station. Bij de Generaal sluiten we de dag af met een koud biertje en keren huiswaarts. 103 kilometer naar Den Haag of 113 kilometer naar het noorden.

Boost voor het Bargerveen

Het gebeurt niet vaak dat je met een georganiseerde wandeling (Wandelsite) mee gaat, waarbij slechts twee deelnemers en een organisator aanwezig zijn. En het gebeurt al helemaal niet vaak dat er meer mannen mee lopen dan vrouwen. Het Bargerveen lijkt voor velen niet voor de hand liggend om te bewandelen. Toch is het een heel bijzonder gebied; het laatste restant hoogveen van omvang in Nederland. Tot 1992 werd er veen afgegraven, daarna kwam het volledig in handen van Staatsbosbeheer dat al gedeelten in bezit had. De laatste jaren werd er veel geïnvesteerd in het gebied. Reden genoeg om er weer eens te gaan kijken.

In Weiteveen treffen wij elkaar en lopen naar het fonkelnieuwe restaurant, naast de fonkelnieuwe schaapskooi van Staatsbosbeheer. Bij Wollegras is nog niet officieel geopend, maar je kunt er al een lekker kopje koffie drinken, lunchen en op het dak genieten van het uitzicht. Op 27 september zal koning Willem-Alexander, in eigen persoon, naar Weiteveen komen om de schaapskooi officieel te openen. De ingebruikname van de schaapskooi is de afronding van jarenlange beschermings- en herstelwerkzaamheden in het natuurgebied. Tip voor Alex: begin met koffie bij Bij Wollegras.

Met organisator Ton en met Freek, die ik lang geleden vaak trof bij wandeldingen loop ik vandaag in een flink opgewarmd en opgedroogd Bargerveen. Waar je normaalgesproken tussen het water loopt, zijn de veenplassen volledig opgedroogd en het veenmos is zo dor dat het op verschillende plekken is losgekomen van de bodem. Ik heb er geen verstand van, maar het ziet er behoorlijk dramatisch uit. Het Bargerveen oogt desolater dan ooit.
We trekken lange lijnen door het landschap en maken een praatje met de schaapherder. Hij loopt van waterplas naar waterplas om zijn hond te laten drinken en afkoelen. Voor de schapen hoeft dat niet, die tanken zichzelf ’s morgens vol en redden het dan wel tot de avond; stelletje wandelende camelbags.
Het Huisje van Uneken, het laatste boerderijtje in het veen, is er helaas niet meer. De familie Uneken woonde hier tot 1966, toen alle andere bewoners al waren weggetrokken. Mei jl. ging het huisje in vlammen op. Dat nieuws had ik even gemist in mijn Dagblad Van Het Noorden.

Pauze is er bij theetuin d’ Aole Pastorie in Zwartemeer. Een mooie plek voor een stop. We zijn dan zo ongeveer halverwege de wandeling. Na de pauze begeven we ons in een soort niemandsland en komen we niet veel mensen tegen. Ronduit sprookjesachtig is het landschap her en der maar soms zijn de paden zo onafzienbaar lang, dat de moed me in de schoenen zakt en er niets anders op zit dan dat ik mijn verstand op nul en mijn blik op oneindig zet. Je bent er pas, als je er bent.

Ik heb met Freek een jaar of tien bijgepraat en de levenslust van Ton werkte aanstekelijk. Vandaag geen eindeloos gekwebbel of wachten op de achterblijvers. Gewoon gedrieën door de natuur. Hoe mooi kan het zijn.

 

Pelgrimeren in Groningen met taartengeklungel en koffiegedoe

De Stichting Pelgrimeren in Groningen (SPiG) biedt  een netwerk van 62 pelgrimswandelingen, met een totale lengte van 1300 kilometer, een netwerk van 138 rondwandelingen van ca. 8 km; met een totale lengte van 1200 km en 7 georganiseerde pelgrimswandelingen per jaar met 4 gidsen. Kortom pelgrimeren in Groningen, daar kun je voorlopig even mee vooruit.
Waarom is Groningen zo geschikt om te pelgrimeren?
volgens SPiG beschikt Groningen over oorspronkelijk landschap van 2500 jaar oud, rust en stilte, 130 middeleeuwse kerken die te bezoeken zijn, 75 natuurterreinen, 90 km kustlijn, 20 borgen en 34 voormalige kloosterterreinen. Wie er meer van wil weten raadplege de site van de stichting http://www.spig.nl

Wandelorganisator Loes zag deze 2500 kilometer wandelen door de provincie als een grote uitdaging en nam de site als inspiratiebron voor een aantal door haar te organiseren wandelingen. Deze donderdag staat een rondwandeling vanaf station Sauwerd op de rol. Sauwerd gelegen op steenworp afstand van Groningen is bereikbaar met de rode treintjes van Arriva.
Met een groepje van totaal 6 wandelaars, pelgrimeren wij richting Garnwerd, via Klein Wetsinge en het iets verderop gelegen Groot Wetsinge. De zaalkerk van Klein Wetsinge (1840), de eerste kerk die wij aandoen, heeft men op onnavolgbare wijze weten te transformeren tot dorpshuis, galerie en workshopruimte. Ik verklap niks, maar ik raad je ook vooral aan de houten trappen van het kerkje op te gaan.
Even verderop ligt de mooie wierde van Groot Wetsinge met zijn beeldbepalende pastorie.

In het Reitdiepgebied zal het in de winter uitgestorven zijn, maar vandaag zijn er vooral veel fietsers op pad. En uiteraard lopen we ook een enkele Pieterpadwandelaar tegen het lijf. Café Hammingh is een bekende pleisterplaats voor deze langeafstandslopers.
Wij bestellen er koffie en taart; cheesecake met Twixtopping. De koffie komt, met een koekje, de cappuccino zonder. De cheesecake komt zonder Twixtopping en blijkt een andere cheesecake. Cheesecake is cheesecake moet de ober gedacht hebben. Maar wij willen die niet. De Twixtoppingcheesecake blijkt op en wij kiezen voor de chocoladetaart. De chocoladetaart is nog bevroren, dus hebben wij nu de keuze uit de appel- of de worteltaart. De worteltaart heeft geen glazuur en de baas zelf, die komt om te redden wat er nog te redden valt, denkt dat het misschien wel veel beter is, zonder glazuur. Ik merk op: dat het dan in ieder geval een gezonde taart blijft. Glazuur is zo slecht voor je tanden. Eind goed al goed. We hebben in ieder geval een boel lol gehad om het taartengeklungel en koffiegedoe.
Garnwerd heeft ook een kerk. Een juweeltje uit de 12e of 13e eeuw, waarin regelmatig concerten worden gegeven. We steken een foldertje in onze rugzakken en vervolgen onze pelgrimage, vastberaden binnenkort een keer een concert bij te wonen. Door het onmetelijke Groninger land bereiken wij het pittoreske Feerwerd, waar een Rustpunt in de Jacobuskerk (begin 13e eeuw) is ingericht, een pleisterplaats waar je zelf een kopje koffie of thee kunt zetten. We koersen naar de kerk van Oostum. Verscholen tussen bomen op een wierde ligt hij daar, die mooie stevigerd uit de 13e eeuw. Over een pad door de weilanden bereiken we Wierumerschouw, waar we het Reitdiep weer oversteken. Sauwerd is dan al snel weer in zicht.
Van het lijstje met 130 middeleeuwse kerken, strepen wij er 4 af. Nog 126 te gaan.

Op de grens van Devon en Cornwall

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Foto’s van de etappe Lee – Mortehoe

Na een week het noorden van Wales te hebben verkend, zakken we af naar een voor ons redelijk bekend gebied, Devon en Cornwall. De cottage die wij hebben gehuurd ligt exact op de grens van de Britse graafschappen. De reis duurt zes uur en de temperatuur ligt rond 10 graden. Fikse buien begeleiden ons bij het vertrek uit Wales.
Ons onderkomen is heerlijk. Ruim, luxe en zeer smaakvol ingericht en gedecoreerd. Het ligt bij de Tamar Lakes, dus ook vanaf het huisje kunnen we een aangename wandeling maken. Dat doen wij dan ook direct op zondag. Het grote meer, is een eldorado voor vissers. Op ingenieuze stellages zitten ze middenin het water te vissen.
’s Avonds eten we in de gezellige pub van Bradworthy waar onze hond een grote bezienswaardigheid is. Die hond heeft sowieso niet te klagen over aandacht. Britten zijn gek op honden en willen voortdurend weten wat voor ras onze Doug is. Een Entlebucher is niet zo bekend in de UK. Dat komt waarschijnlijk ook omdat ze Entlebucher niet kunnen uitspreken; Intlebjoekur! Eerst zeiden we nog: “het is een Swiss mountaindog”, maar uiteindelijk vond ik hun geworstel met de naam wel amusant. Hoe dan ook ze vinden hem allemaal “so cute, gorgeous en lovely”.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Foto’s van de etappe Boscastle – Rockey Valley

Bij eerdere bezoeken aan Devon en Cornwall liepen we stukken van het South West Coast Path en een groot deel van deze week doen we dat ook. Is het ’s ochtends bij het huisje vaak mistig en miezerig, zodra we aan de kust komen is het eerste blauw al te zien en trekt het helemaal open. Aan onze lijst met klifwandelingen kunnen we de etappes Boscastle – Rockey Valley (10 kilometer), Hartland Point (13 kilometer) en Lee – Mortehoe (10 km) toevoegen.  Dat zijn stuk voor stuk pittige wandelingen. De kliffen zijn hoog in het noorden van Cornwall en Devon, dus er moet veel geklommen worden en ook de afdalingen zijn soms tricky. Maar wat is het fantastisch mooi hier! Om iedere hoek een ander uitzicht, nog ruigere rotspartijen en steeds weer die ontembare oceaan.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Foto’s van de etappe Hartland Point

Als je in Devon bent en zo dichtbij dan mag een bezoek aan Dartmoor niet ontbreken. We wandelen het Teign Gorge classic circuit (National Trust), een wandeling van 5,6 kilometer van Castle Drogo naar Fingle Bridge en langs de Teign terug naar Castle Drogo. Aansluitend toeren we over de moors, die geel zien van de brem en paars van de hei. Ongenaakbare woeste schoonheid.

Voordat we weer huiswaarts gaan, moet er nog wel een strandwandeling worden gemaakt. Even lekker met de voeten in de oceaan. Op veel stranden mogen in het hoogseizoen ook honden. Dat geldt ook voor Northcott Mouth bij Bude. Het is een mooie ervaring om ook eens vanaf de andere kant naar de kliffen te kijken. Hoog zijn ze, heel hoog!

 

Wonderful Wales (3)

 

De naam Snowdon is tot op heden niet gevallen in mijn blogs. Het noorden van Wales staat echter wel in het teken van deze berg (1085 m.) en Snowdonia, het park dat ernaar vernoemd is. Wij kunnen de Snowdon zien vanuit de tuin van onze cottage, maar om er dichtbij te komen ben je nog ruim een uur onderweg. Vandaag rijden we naar Llanberis, waar je in een treintje naar de top van de Snowdon kunt. Je kunt ook naar de top lopen en er zijn wel vijf verschillende routes om dat te doen. In het gebied van de Snowdon is het vreselijk druk. En als je al naar boven wilt, dan moet je er vroeg bij zijn, anders is er in juli/augustus geen parkeerplaats meer te vinden. Kortom, wij doen het niet. Wij laten de Snowdon voor wat hij is. We genieten van de autorit door het gebied en wandelen bij Ysbyty Ifan and Cwm Eidda (National Trust). Dit wordt de meest verrassende tocht van de vakantie. Gedurende de wandeling van 9,6 kilometer komen we niemand tegen. Vanuit het schilderachtige dorp Ysbyty klimmen we een stuk omhoog en lopen vervolgens op een van de belangrijkste “drovers’roads” tussen Wales en het schiereiland Llyn. Nog geen honderd jaar geleden liep hier vee overheen om op de markten in Engeland te worden verkocht. Wij lopen er tussen de schapen met uitzicht op de Conwy valley en de Carneddau mountains. Ruig terrein. We klimmen op een heuvel en hebben uitzicht op de bergen van Snowdonia. Een prima plek voor een picknick. De weg gaat verder door moorland, over het erf van een boerderij, dwars door de werktuigenschuur, door velden met paarden, langs bruisende stromen, met als enige dissonant een dood schaap dat er niet al te smakelijk uitziet, vreselijk stinkt en waar we toch echt vlak langs moeten.

Ook de volgende dag is het prachtig helder weer. We maken ongeveer dezelfde autotrip als gister, met dit verschil dat we nu de smalle wegen achter onze cottage betrekken bij de tocht. De auto past maar net op de de smalle weggetjes en er is behoorlijk wat stuurmanskunst nodig voor deze route, maar het is verreweg de mooiste toer die wij maken en omdat het zo mooi is, doen we hem nog een keer. De wandeling Cwm Idwal (5 kilometer) in de buurt van Bethesda is veel belopen. En het meer is in trek op deze warme dag. Dit is het oudste natuurreservaat van Wales met behoorlijk hoge toppen. We besluiten wat hogerop te gaan en de wandeling wordt hierdoor rustiger maar ook “more challenging”. Door al het geklim en geklauter verlies ik de routebeschrijving, maar ook zonder is deze wandeling goed te doen. Ook van deze wandeling kun je een printvriendelijke versie op de website van de National Trust.

Op de laatste dag in Wales rijden we naar Anglesey. Anglesey is een eiland en bestuurlijk graafschap aan de noordwestkust van Wales. Hier loopt onze wandeling een klein beetje uit de hand en zijn we zeker acht uur onderweg. Ik vermoed dat we 20 kilometer in de benen hebben als we terug zijn bij de auto. De start is op een groot parkeerterrein met bezoekerscentrum bij Holyhead Mountain. We volgen het Anglesey Coastpath. Al snel hebben we zicht op de vuurtoren van South Stack. In Ellin’s Tower kun je door grote kijkers papegaaiduikers en de zeekoeten  (guillemauts) op de rotsen bespieden. Prachtig.  De wandeling gaat verder over het kustpad, dat we bij het strand van Porth Dafarch verlaten. Het heeft nog heel wat voeten in de aarde voor we terug zijn bij Holyhead Mountain. We hebben hem steeds in het oog, maar hij is verder weg dan gedacht. Soms is het zoeken om het juiste pad te vinden, soms vinden we het helemaal niet, maar komt het toch goed. Schrikdraad, wilde paarden, zelfs een enkele regenbui moeten wij doorstaan. Zo fijn, om dan weer terug te zijn bij je auto. De wandeling is afkomstig van http://www.visitanglesey.co.uk waar je meerdere wandelingen kunt downloaden.

 

Wonderful Wales (2)

Als ik op vakantie ga, heb ik van tevoren al een hele stapel wandelingen uitgeprint. Lange wandelingen voor onbewolkte, niet te hete dagen, korte voor te hete of te natte dagen. Kortom, voor ieder weertype heb ik wel een wandeling bij me.  Daarnaast heb ik ook nog een boekje met wandelingen bij me. Genoeg om uit te kiezen dus. Eigenlijk blijkt het boekje totaal overbodig, want de internetwandelingen zijn nagenoeg hetzelfde als die in het boekje. Dus, een tip: koop alleen een boekje als je het niet kunt laten.


Op maandag is het miezerig weer. Koud is het niet. We besluiten naar Llyn Peninsula te rijden. Wellicht klaart het op. De plek waar de wandeling begint is moeilijk te vinden en aan het eind van de wereld, zo lijkt het. Het is ook nog eens heel mistig. We zijn twee eenzame wandelaars met hond en het is een bizar idee om over de kliffen te lopen, de Ierse Zee te horen, maar niet te zien. De naam van deze wandeling is al even mistig als de wandeling zelf: Uwchmynydd Circuit. Probeer dat maar eens uit te spreken.
Vanaf de Coastguardlook-out lopen we over de kliffen, tenminste dat denken we. We volgen de bewegwijzering van het Welsh Coast Path, die soms slecht te zien is, door het gebrek aan zicht. Het wordt weliswaar beter gedurende de wandeling, maar echt helder zal het vandaag niet worden. Door de velden bereiken we Mynydd, waar we cream tea bestellen bij een typisch Engelse camping. Het laatste stuk van de wandeling is de klim naar boven waarvan Laurens vanmorgen in de auto al zei: “alles wat we nu omhoog rijden, moeten we straks omhoog lopen”.
De wandelroute (9,1 kilometer) kun je downloaden op http://www.happyhiker.co.uk.

Op de weg terug naar het huisje kijken we nog even in Aberdaron bij de St Hywyn’s Church. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht op Bardsey Island, dat in de Middeleeuwen een belangrijk centrum voor pelgrims was.

Dinsdag parkeren we de auto in Ganllwyd. De tocht die we daar maken gaat langs een onstuimige rivier. We passeren een waterval en lopen afwisselend door het bos en over de velden naar een verlaten goudmijn. Het terrein is van de National Trust en de wandeling kun je vinden op hun website. Bij de start van de wandeling kun je een folder pakken en de wandeling uitbreiden met een aantal kilometers. Onze totale wandeling is 6,5 kilometer. Afgezien van een bezorger, die letterlijk de weg kwijt is,  en een verwarde wandelaar die dat figuurlijk is, komen we niemand tegen.

 

 

 

Wonderful Wales (1)

Heerlijk om de verzengende hitte van het Europese vasteland te verlaten voor het koelere weertype van Noord-Wales. Als wij op 20 juli richting Calais gaan, rijden we de regen tegemoet. Dat is een rare gewaarwording na weken van droogte in eigen land. ’s Avonds, tijdens onze stop  op het erf van Woad Farm Bed & Breakfast in Tathall End (Hanslope, Buckinghamshire) en gedurende de maaltijd in de Cowpers Oak, de pub in Weston Underwood, wordt duidelijk dat het ook in Engeland al weken niet heeft geregend. De bui, die eindelijk valt, wordt met enthousiasme ontvangen. Er komt stoom van het asfalt.

 

Het is fijn om in de pub te zijn. De schoolvakanties zijn vandaag begonnen en dat wordt gevierd in de pub. Het is een gezellige drukte. De cider en het bier, zonder schuim en het glas tot de rand gevuld, smaken goed bij mijn gravy pie en bij de hamburger van Laurens.
De Bed  & Breakfast is uitstekend; fris en schoon en de mensen zijn erg aardig. Het ontbijt is zoals het Engels ontbijt betaamt; bacon, eieren, worstjes en tomaat geserveerd met knapperige toast. Wij zijn klaar voor de bijna vier uur durende tocht naar Wales.

 

We hebben tijd genoeg om in Cwmystradllyn in het noorden van Wales te komen. Voor 16.00 uur worden we daar niet verwacht. De reis verloopt voorspoedig en er is tijd voor een korte wandeling bij Llangynog. We sjouwen door de weilanden, langs een rivier en lopen dezelfde route terug, omdat we geen kaart van dit gebied hebben.
We doen boodschappen in Porthmadog en vinden ons onderkomen voor de laatste week van juli op 10 minuten rijden van het stadscentrum van Porthmadog, op een prachtige landelijke locatie, verstopt tussen struiken en bomen.  Regenen doet het niet, maar het is behoorlijk fris. Het bescheiden huisje ruikt naar Dettol, heeft geen wifi, toilet en douche zitten pal naast elkaar en het trapje naar de slaapkamer is levensgevaarlijk, maar de bostuin is omheind, het huisje heeft prachtige houten gebinten en gepleisterde muren en de ligging is centraal in een fantastische omgeving. Het ontbreekt ons aan niets.
Op zondag maken we een wandeling van 5,7 mijl (9,1 kilometer) bij het vlakbij gelegen Beddgelert. Vanaf Nantmor klimmen we stroomafwaarts door de kloof van de Aberglaslyn rivier. Dat is  bepaald een waardige start van een wandelvakantie! In het mooie stadje Beddgelert bewonderen we het graf en beeld van Gelert. Gelert was de hond van Prins Llywelyn. Toen de prins na een dag jagen thuis kwam werd hij door Gelert begroet. Gelert zat onder het bloed. De prins rende naar de wieg van zijn zoontje. De kamer was bedekt met bloedspatten en het bedje was leeg. De prins vermoordde Gelert omdat hij dacht dat de hond het kind iets had aangedaan. Later bleek dat Gelert het kind had gered. Gelert had een wolf gedood en de baby naar een veilige plaats gebracht. We hebben het over de 13e eeuw. Toen kon dat nog.

Via een verhard pad wandelen we naar het meer Llyn Dinas, waar we omhoog klimmen over bergpaden Het uitzicht wordt met elke pas indrukwekkender. Na de top volgt de onvermijdelijke afdaling, die ons weer bij de auto brengt.
Deze wandeling kun je vinden op http://www.nationaltrust.org.uk en in de Pathfinder Guide, North Wales and Snowdonia.

 

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑