Voorjaar in de winter in Haren

Het kan tegenwoordig allemaal, zomer in de herfst, herfst in de winter en nu dus ook voorjaar in de winter. Het is fijn, maar het is ook heel raar en ik raak er een beetje door in de war. Het is natuurlijk lekker weer om te wandelen en omdat het vakantie is, doe ik dat deze week uitgebreid en vandaag in de omgeving van Haren. Met een select gezelschap lopen we vanaf het station richting natuurgebied Sassenhein, waar je in het gelijknamige paviljoen koffie kunt drinken.
Verder gaat onze tocht over rustige weggetjes en zandpaden, langs kapitale villa’s en langs het Voedselbos in Glimmen. Een voedselbos combineert het systeem van een natuurlijk bos met duurzame landbouwproductie gebaseerd op de principes van de permacultuur. De drie ethische principes van de permacultuur, zorg voor de aarde, zorg voor de mens en het delen van overvloed vormen volgens de zussen Madeleine en Marlies de voorwaarde voor een duurzame levenswijze. Het voedselbos is nog in aanleg en er moet nog een boel gebeuren, maar de contouren zijn zichtbaar en de passie voelbaar. De zussen hebben hun huis verkocht en hun ziel en zaligheid in het project gestoken. Over een jaar nog maar eens langs gaan om te kijken hoe de zaken ervoor staan.
Onze wandeling gaat langs de Appelbergen, een voormalig militair oefenterrein met bos, heide en horeca. Het is een drukte van belang. We bekijken met belangstelling de moeders die weerstand moeten bieden aan kroost dat ijs wil en niks anders. Wij lieten deze levensfase allemaal lang achter ons en hebben dus makkelijk praten; wij zouden het natuurlijk heel anders aanpakken.

Net voordat we Haren bereiken lopen we door het Scharlakenbos. Een rommelig stukje bos op heuvelachtig terrein. Ik lees dat de Gemeente Haren er een beetje mee in de maag zit. Het stukje natuur vraagt onderhoud, maar zo te zien zijn er weinig partijen die voor de kosten daarvan willen opdraaien en dat is niet erg, want een beetje verrommeling is eigenlijk wel fijn in zo’n keurige omgeving.

Simpelweg Steenwijk

Ik mag het eigenlijk niet verklappen, maar ik doe het toch. Ik vind het een hele prestatie en getuigen van lef, om een tocht met een groep te lopen, terwijl je het gebied alleen van de kaart kent. Dan moet je een boel kaartleesskills en een flinke dosis vertrouwen in een goede afloop hebben. Ik ken iemand die dat allebei heeft. Nee, het is geen man. Daarmee is het vooroordeel dat vrouwen geen kaart kunnen lezen ook direct uit de wereld. Het gaat hier om wandelmaatje, Loes.

Loes neemt ons mee in de omgeving van Steenwijk. Vanaf het station lopen we richting snelweg. De groene long van Steenwijk ligt aan de andere kant van de A32. Het is een exquise stukje bos en ook niet zomaar een bos, maar het landgoed van de adellijke familie Van Karnebeek. Het grootste deel van landgoed, De Eese, ongeveer 800 ha, is in handen van deze familie. Een kleiner deel is in het verleden verkocht aan Staatsbosbeheer. De buitenplaats de Eese is sinds 2006 erkend als rijksmonument. Tot de beschermde delen behoren, volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het huis ‘De Eese’, de historische tuin- en parkaanleg, het jachthuis annex boerderij ‘St. Hubert’, een boerderij, het houten landhuis, de rentmeesterswoning met schuur, het koetshuis annex garage en paardenstal en een landbouwschuur. Het ligt er allemaal pico bello bij en spreekt tot onze verbeelding. Er gaan geruchten dat de koninklijke familie hier regelmatig verblijft, ja zelfs gesignaleerd is in het zwembad van het landgoed.

We drinken koffie bij Fredeshiem. Op het terras notabene! Dat is natuurlijk bizar want het is half februari.
De oorsprong van Fredeshiem (‘erf van vrede’) moet worden gezocht in Engeland, bij de inspirerende invloeden van het Engelse Quakerscentrum in Woolbrook.
Tjeerd Oeds Hylkema (1888-1962) bezocht in het begin van de vorige eeuw tijdens zijn studietijd meerdere malen dit internationale studiecentrum van de Quakers en raakte onder de indruk van het frisse en dienende christen-zijn zonder al te veel gepreek. Bij Hylkema groeide de wens voor een eigen oord om tot rust en bezinning te komen, een centrum voor jong en oud, waar het geloof kon worden beleefd.
Samen met 3 broeders ging Hylkema op zoek naar een geschikte plaats, maar in Friesland werd deze zoektocht geen succes. Tijdens een dienst in Steenwijk vertelde hij over hun vruchteloze zoektocht. Een van de gemeenteleden maakte hen vervolgens attent op het uitgestrekte landgoed De Eese. Hylkema bedacht zich geen moment, dezelfde week was de koop afgerond. In 1929 was het Friesch Doopsgezind Broederschapshuis Fredeshiem een feit.
In de jaren ’70 kregen ze voor het eerst te maken met serieuze problemen. Niet alleen vergrijsde de broederschap, de doopgezinde kenmerken van soberheid en eenvoud kwamen haaks te staan op de toenemende vraag naar kwaliteit en comfort. Vandaag de dag is Fredeshiem aangepast aan de tijd van nu en met de naam “Buitengoed Fredeshiem” is het oude broederschapshuis de weg naar de toekomst ingeslagen en herbergt inmiddels een uitstekend hotel en restaurant.

 

Magische middag in Belvedère

Ik ben bij museum Belvedère in Oranjewoud. Op de bonnefooi ben ik er langs gegaan, omdat ik er toevallig langskwam. En, ik val met mijn neus in de boter, want twee dagen voor de officiële opening, kan ik al uitgebreid genieten van de expositie Making Nature van Ruud van Empel. Ik kijk naar collages van foto’s van boomstammen, bloemen, bladeren en cactussen. De foto’s zijn op een of andere manier bewerkt, maar hoe? Hoe heeft de kunstenaar dit in vredesnaam voor elkaar gekregen? Het is kleurrijk, intrigerend werk. Je ontdekt voortdurend van alles op de magische foto’s van Van Empel.
Museum Belvedère is een prettig museum dat bestaat uit twee delen, met daar tussenin het restaurant met een geweldig uitzicht op paleis Oranjewoud. Het is heerlijk om je bezoek in tweeën te delen en tussendoor even te genieten van het uitzicht met een kop koffie en een stuk oranjekoek. Ik ben immers in Friesland en ik heb bedacht mijzelf vanmiddag te verwennen.
In het andere deel van het museum wordt 100 jaar schilderkunst in Friesland getoond. Een afwisselende tentoonstelling, die ook zeer de moeite waard is.

 

Het spontane sprongetje van mijn hart

De timing van de tentoonstelling Chihuly in het Groninger Museum is geweldig. In de meest grijze tijd van het jaar, worden daar uitbundige, kleurige objecten van glas tentoongesteld. Je wordt er vrolijk van. Ik niet alleen. In een van de zalen ga ik op een bankje zitten en aanschouw de het publiek. De aanblik van zoveel kleur, doet velen glimlachen. Je stapt in een sprookjeswereld en Dale Chihuly is de tovenaar. Mijn hart maakt een sprongetje bij de aanblik van zoveel moois.

Drentse Aa in januari en taart uit Barcelona

De weergoden zijn ons minder goed gezind vandaag. Het is grijs en miezerig. Koud is het niet. Ik loop mee met een wandeling van de Wandelsite. Ik ben vroeg, de waard van Café Popken Hollander doet de deur voor mij open. ‘Ik ben een beetje vroeg, zeg ik’. ‘Ik ben een beetje laat mompelt hij”. Langzamerhand druppelen de wandelaars, inclusief de organisator binnen. Na een kop koffie of thee laten we de gezellige warmte achter ons.
We passeren de Magnuskerk en stappen verder op de eindeloze zandpaden die dit gebied rijk is. Ook in grijstinten is het Drentse Aa gebied mooi.
Een horecastop is er in Oudemolen. De organisator trakteert op soep, maar omdat hij zijn pincode vergeten is, trakteren wij hem en delen de rekening. Eenmaal buiten schiet hem de pincode weer te binnen.
Ook de middag verloopt grijs. Een paar kilometer wordt van de geplande tocht afgesnoept, vanwege het weer. Rond de klok van vieren kunnen we aan de warme chocolademelk bij het café in Anloo, waar we vanmorgen de tocht begonnen. Troost vinden we in de goddelijke chocoladetaart die men hier serveert. Pallets vol met deze lekkernij arriveren regelmatig uit Barcelona. De mevrouw van het café, zegt dat de chocolade in Spanje veel puurder is dan in Nederland. Deze chocolade geeft de volle weldadige smaak aan de taart. Werd eerder een taart in 12 stukken gesneden, tegenwoordig is dat in 16 parten. Veel te machtig zo’n groot stuk. Het enige nadeel is dat zo’n smaller stuk taart gemakkelijk omvalt, dus het is een hele kunst de balans in de taartpunt te houden, aldus de mevrouw van het café. ‘Omgevallen lust ik het ook wel’, zeg ik en ‘trouwens van mij mag u ook wel gewoon weer in 12 punten snijden, desnoods neem ik het stukje dat overblijft mee in mijn broodtrommel’.

Op Groot Frieslandpad

Met mijn zwager liep ik al vele LAW’s. In december 2018 sloten wij het Nederlands Kustpad af in Bad Nieuweschans. We waren vastberaden in januari te beginnen met het Groot Frieslandpad. Het lot besliste anders. 2018 werd voor mijn zwager een jaar van voorbereiden op en bijkomen van onderzoeken en operaties. We prijzen ons gelukkig dat we vandaag, een jaar later dan gepland, weer op pad kunnen; op Groot Frieslandpad.
Op mijn weblog beperk ik mij tot het plaatsen van foto’s die ik onderweg maak. Verder hebben wij onze gezamenlijke weblog weer leven in geblazen. Dus voor de sappige verhalen en bijzondere rubrieken verwijs ik je naar samenuitenthuis.wordpress.com.

 

Goede voornemens? Plastic jutten!

In 2018 liep ik op het strand van Schiermonnikoog. Ik houd van jutten. Naast schelpen, stukken hout en veren, lag er veel plastic op het strand. Ik begon met het jutten van plastic. Na een uur wandelen had ik de zijvakken van mijn rugzak vol met plasticafval. Het probleem van de plasticsoep en de plastic afvalberg, lag uitgestald voor mijn neus.

Een paar jaar geleden liep ik met mijn zwager het Hollands Kustpad. We maakten er een gewoonte van om plastic flesjes en plastic zakken die we tegenkwamen op de dijken in Friesland en Groningen mee te nemen en elders weg te gooien. Het was bijna geen doen, zoveel rommel kwamen we tegen.
In Engeland werd, een paar weken terug, iedere strandbezoeker gevraagd een stuk afvalplastic mee te nemen van het strand. Het leverde een enorme berg op.

Brengt mij bij mijn voornemen voor 2019. Ik ga wandelend de plasticberg te lijf! Ik neem zelf zo min mogelijk plastic mee op mijn wandelingen. De plastic zakken die ik nog thuis heb en waar ik (nog) niet aan ontkom, neem ik mee tijdens tochten. Deze zakken vul ik met zwerfplastic en stop ik thuis bij het plastic afval, zodat het gerecycled kan worden. Wandelend de natuur bevrijden van plastic. Doe mee en ga ook plastic jutten!

 

Zwolle, De Fundatie; Giacometti en Chadwick

 

De beelden van Alberto Giacometti (1901-1966) en Lynn Chadwick (1914-2003) belichamen de toestand van ontluistering en angst in Europa tijdens de jaren van de Koude Oorlog. Met deze twee kunstenaars nam de beeldhouwkunst definitief afscheid van de vooroorlogse romantiek en esthetiek, om met beide benen te landen in de rauwe realiteit. Terwijl Giacometti de mens terugbracht tot zijn meest kernachtige verschijning zonder enige opsmuk, creëerde Chadwick zijn krachtige oerbeelden van mens en dier.

De tentoonstelling in Museum De Fundatie in Zwolle is prachtig. Twee geweldige beeldhouwers komen samen in dit prachtige museum. Zoveel beweging in onbeweeglijk materiaal is fascinerend. De tentoonstelling is er nog tot en met 6 januari.

Bron: website De Fundatie

Groeten uit Eeserveen

Eeserveen, Eesveen? Voor je het weet rijd je de hele verkeerde kant uit. Eesveen, in Drenthe daar moesten we zijn. We wandelden er een rondje en kwamen weer van alles tegen.

 

Beelden aan Zee

Wie kent hem niet, die bronzen figuur in Rotterdam met dat gat in zijn lijf? ‘Jan Gat’ wordt hij genoemd, of ‘Jan met de handjes’. De verwoeste stad, zoals het beeld eigenlijk heet, wordt wereldwijd gezien als een van de meest indrukwekkende monumenten voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het is zelfs zo beroemd dat velen óók – en dat is uitzonderlijk voor een beeld in de openbare ruimte – de naam van de maker kennen: Zadkine.

Een overzichtstentoonstelling van het werk van Zadkine kun je momenteel aanschouwen in museum Beelden aan Zee in Den Haag (op de boulevard van Scheveningen). Ossip Zadkine (1888-1967) wordt gerekend tot de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw. Geboren in Vitebsk in Wit-Rusland vestigde hij zich in 1910 in Parijs. Daar leerde hij de moderne kunst kennen, waaraan hij vanaf 1911 zelf een bijdrage ging leveren met primitivistische sculpturen in steen en hout. Onder invloed van het kubisme ontwikkelde hij begin jaren twintig een geheel eigen stijl, die gedurende de jaren dertig steeds dynamischer en barokker werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Zadkine in ballingschap in de Verenigde Staten, waar zijn reputatie alleen maar groeide. Zijn expressieve beelden van na 1945 laten de veerkracht zien waarmee hij aan de nieuwe idealen van het Europa van de wederopbouw een unieke en dwingende vorm wist te geven.
De tentoonstelling is niet alleen indrukwekkend, maar geeft ook een goed beeld van de ontwikkeling van de beeldhouwkunst. De tentoonstelling is tot en met 3 maart 2019 te bezichtigen.

(Bron: Museum Beelden aan Zee)

Iran, bakermat van onze beschaving

Ik moet toegeven dat ik eigenlijk helemaal niks van Iran weet. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling ‘Iran, Bakermat van de beschaving’,  in het Drents Museum in Assen krijg ik gaandeweg in de gaten dat Iran een boeiend land is met een rijke geschiedenis. De Iraanse cultuur is een van de oudste culturen ter wereld. 200 kunstschatten zijn momenteel tentoongesteld in Assen. Ze zijn geleend van het National Museum in Teheran. De kunst, maar ook zeker de filmpjes van Iraniërs die in Nederland wonen, dragen bij aan een prachtig plaatje.

De sfeervolle tentoonstelling is nog tot en met 18 november 2018 te bezoeken.

 

Tecklenburg im Teutoburgerwald

Er ligt al wekenlang een boekje op mijn bureau “Een dagje wandelen in Duitsland”. Het moet er vandaag maar eens van komen. Op een van de vele prachtige herfstdagen van dit jaar vertrekken we naar het Teutoburgerwald.
Wij starten de 13 kilometerlange route bij Hotel Teutoburgerwald in Brochterbeck. We lopen over de beboste bergkam, door eeuwenoude bossen in herfsttooi en volgen de Hermannsweg, aangegeven met een hoofdletter H. Na ongeveer 7 kilometer bereiken we Tecklenburg. Tecklenburg heeft een schilderachtig middeleeuws centrum met vakwerkhuizen en natuurlijk veel leuke plekjes waar je koffie en kuchen kunt krijgen.
Na de koffiestop, lopen we terug en genieten van prachtige uitzichten. Wat een heerlijke omgeving!

Zwerven door de Koloniën van Weldadigheid

Ik ben vandaag op pad met mijn hondje. Dat is altijd een feest. Vandaag lopen we, tenminste ik loop en hij rent, de Trage Tocht Frederiksoord. Het is een wandeling van 13 kilometer. Vanuit het koloniedorp, met de prachtige gebouwen, loop ik door het Sterrebos, steek de doorgaande weg over en kom ik op onbekend terrein; het gebied tussen Frederiksoord en Wapse. Het is er uitgestorven. Verderop wacht een landschappelijke verrassing: het Nijensleekerveld. Over het veld lopen geen wandelpaden, dus loop ik langs de rand van het gebied. Het is net alsof je vanaf een afstandje het desolate Drenthe van honderden jaren terug aanschouwt.
Via Wilhelminaoord loop ik terug naar Frederiksoord, langs een weg waar men in de stijl van de Maatschappij van Weldadigheid, nieuwe vervenershuisjes heeft gebouwd. Je zou het aan de paupers van weleer moeten vragen, wat zij daar nou van vinden.
Door het Sterrebos bereik ik Frederiksoord. De hond is uitgerend.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑